natuur

Uitgerekend nu

Ieder jaar wisselen wij te vroeg
De Aarde heeft haar ronde nog niet af
Van lente naar herfst en terug
De Aarde neemt er écht de tijd voor
De échte tijd ijlt na op onze werkelijkheid
Maar in werkelijkheid is onze tijd achterhaald
Er blijft ongeconsumeerde tijd over
Tijd die nog moet worden geleefd
Tijd die niet ten gelde is gemaakt
Iedere vier jaar krijgen we kliekjestijd
Inhaaltijd, schrikkeltijd, uitgerekend nu
Om in de pas te springen met het universum
Staan we allemaal even stil
Leef even heel bewust, uitgerekend nu

Natuurlijk ben jij de allermooiste

Kleine kiem, diep in de bodem
Je barst van potentie
Zodat je omhoog schiet
Kijk eens hoe goed ik groei!

Ongeduldig, reikhalsend
Strek je je naar de hemel
Zo hoog als je kunt
Kijk eens hoe groot ik ben!

De hele wereld kijkt naar jou
Van schrik schiet je in knop
Je barst van de zenuwen
Waarom kijkt iedereen naar mij?

In het prilste daglicht
Ontluik je jezelf
Voor de allereerste keer
Hopelijk ziet niemand je

Onzeker kijk je om je heen
De wereld is gruwelijk mooi
Diep van binnen weet je het
Jij bent mooier dan iedereen

Moedig reik je hoger
Hoe hoger hoe vrijer
Je stijgt boven alles uit
Natuurlijk ben jij de allermooiste

Alles draait om jou
In de bloei van je leven
Kan je de hele wereld aan
Kijk eens hoe sterk ik ben!

Niks krijgt jou eronder
Je zwelgt van zelfvertrouwen
Totdat je wordt vertrapt
Wie dacht je ook dat je was?

Je keert in je zelf
Geknakt tot op je ziel
Toch kruip je weer overeind
Kijk eens hoe veerkrachtig ik ben

Fier richt je je weer op
Je putte nieuwe kracht
Uit je nieuwe wijsheid
Kijk eens hoe stevig ik sta

Mooier dan ooit straal jij
De wereld weer tegemoet
Dan word je eindelijk geplukt
Natuurlijk ben jij de allerliefste

Alles draait om liefde
Je hebt zoveel te geven
Je geluk is oneindig
Nooit krijg je genoeg van elkaar

Ineens ben je ouder
Je straalt bemoedigend
Naar dat reikhalzende grut
Natuurlijk worden jullie nóg mooier

En tóch zal er snert zijn!

De buitenthermometer beweert vandaag dat het buiten 14 graden is. Wat een slap gedoe. Het zou nu moeten stormen en regenen. Mijn dikke jas en sjaal hangen te popelen in de kast en mijn dunne jas steekt, bij het toevallig passeren van mijn dikke jas, zijn tong uit. Dit zachte weer is snertweer van lik-mijn-vestje. Zo smaakt de boerenkoolstampot nergens naar, laat staan dat we zin hebben in snert.

Het ziet ernaar uit dat mijn kinderen op 11 november in T-shirt langs de deuren kunnen met hun lampionnen. Windstil en zwoel zal het zijn. Vorig jaar stormde het op Sint Maarten. De lampionnen waaiden voor de kinderen uit en hun kleine stemmetjes kwamen nauwelijks boven het gegier en gebrul van de storm uit. Dát is pas snertweer. Dáár worden ze pas hard van. O, wat smaakte dat karige beetje snoep dat ze bijelkaar hadden gezongen ze toen goed.

Op 12 november meert die Spaanse stoomboot ook weer aan in Nederland. Vroeger begonnen de winters al halverwege de herfst en had Sinterklaas een ijsbreker nodig om de Noordzee door te komen. Sint, laat uw dikke tabbert deze keer maar gerust in de koffer en laat uw Pieten maar strooien met ijslollies. En die maan zullen we heus niet door de bomen zien schijnen, want daar hangen nog veel te veel groene bladeren aan. Misschien kunt u beter na de kerst komen, want dan heeft het weer veel meer karakter, hoop ik.

En tóch staat er snert op het menu, met woeste ingrediënten. Eigenhandig gespleten erwten, keiharde winterpeen, een hele kast varkensribben en boer’n rookworst . Dat moet. Het hoort bij de tijd van het jaar. Het ís potverdorie herfst, dus zal er stoer voedsel op tafel komen. Deze miezerige herfst krijgt mij er niet onder. Hah!

Powered by ScribeFire.

De stilte van 15 miljoen

Een van mijn favoriete oasen van verstilling in Nationaal Park Dwingelderveld (vanmiddag zelf gekiekt met mijn fotofoon)

Vanmiddag liep ik door de Drentse bossen, niet ver van Spier, niet ver van de snelweg, niet ver van het Noorderveld. Samen met mijn vier dartele veulentjes. Ik had 3 pogingen nodig om een stil stukje Drenthe te vinden. Gelukkig was mijn favoriete stukje nog relatief rustig. Rondom onze woonplaats Dwingeloo waren de bosparkeerplekken bomvol en overal tussen de bomen zag én hoorde je mensen lopen. Allemaal toeristen die op zoek waren naar die Drentse stilte. Dit werd mij duidelijk toen ik het Journaal van 8 uur vanavond zag.

Die Drentse stilte wordt in de nabije toekomst dus nóg stiller, en daarvoor wordt even 15 miljoen euro opgehoest. Het Noorderveld zelf wordt weer zoals het was vóórdat het landbouwgrond werd: een sompig en uitgestrekt heidegebied. Een glorieuze muggenkwekerij. Van het Noorderveld wordt momenteel een laag aarde afgegraven en over en strook van 5 kilometer langs de A28 op een grote langwerpige hoop gekwakt. Die hoop krijgt twee functies: geluidsdemper en toeristenlokker.

Nietsvermoedende automobilisten wil men van de snelweg lokken met behulp van een 5 kilometer lange lokstrook vol heide, bomen en wat waterpartijen. Als vliegen moeten de potentiële toeristen op de nieuwe natuur en stilte afkomen. Goed voor de lokale economie, want daarmee gaat het blijkbaar niet goed. Komt zeker door de krimp. Vanmiddag had Het Dwingelderveld bepaald geen tekort aan toeristen. Het gonsde ervan in de bossen en op de hei. Oh, wat is het hier stil hè? Ja, echt heel stil. Jeetje wat stil. En kun je nagaan, het wordt nóg stiller. Echt waar? Ja, echt waar.

De lokstrook moet ook het geluid van het verkeer dat ondanks de verlokkingen tóch door raast, dempen en verstommen zodat de natuur erachter nóg beter kan verstillen. Als natuur- en stilteliefhebber hoop ik dan maar dat de hoeveelheid nieuwe stilte, die stilte van 15 miljoen, groter is dan de de toename van het geroezemoes van die broodnodige nieuwe toeristen, anders komt er van die verstilling niks terecht. Aan de andere kant hebben al die nieuwe muggen ook weer verse toeristen nodig. Kom toch maar dan, u bent van harte welkom!

Powered by ScribeFire.

Spinnenleed

bron: zoom.nl

Vanochtend was mijn wereld weer eens in dichte nevels gehuld. De bomen langs het weiland waren vagen schimmen. Daarachter was alles verdwenen. Maar bepaalde dingen worden door de mist juist extra goed zichtbaar: Spinnewebben. Overal om me heen zag ik prachtige, glinsterende draden en witte webben. Vroeger, als ik door de mist naar school liep, dan maakte ik een lus van een soepel takje en ging dan spinnewebben vangen. Vooral die fijne, dichte webjes zijn mooi om te vangen. Na een stuk of 25 webjes krijg je een heel taai velletje. Sterker dan plastic. Dat ik het vlijtige werk van vele kleine spinnetjes had vernield, en dat ze geen vliegjes konden vangen en dus honger zouden krijgen, ging ik helemaal aan voorbij. Hoe wreed is dat?

Op deze mooie nevelige ochtend hadden de spinnen de auto alweer gebruikt om hun webben te verankeren. Het is natuurlijk weer volop spinnentijd, dus loop ik weer elke ochtend met mijn gezicht tegen onzichtbare draden aan. Zelfs als ik met mijn armen voor me uit zwaai. Dankzij de mist kon ik nu wel precies zien waar die draden liepen. Dus ik manouvreerde mezelf over en onder de draden om ze niet kapot te maken. Maar om in de auto te kunnen stappen moest ik toch echt het portier open maken. Daar ontwrichtte ik dus het eerste web. Onbruikbaar viel het in de buxuscubus. Total loss. En toen ik even later achteruit de oprit afreed, trok ik ook de andere spinnewebben mee. Eén voor één schoten ze los. Wat een drama! En ik doe het morgen ijskoud weer. Hoe wreed is dat?

Webben vangen doe ik al lang niet meer, en misschien moest ik het mijn kinderen ook maar niet leren. Maar de auto laat ik niet staan. Misschien moet ik de auto vanavond maar eens met groene zeep insmeren. Zou dat helpen? Ach, wat huichel ik nou toch weer. Ik griezel van spinnen. Als ik eerlijk ben koester ik niets dan wreedheid tegen spinnen. Het schijnt dat chimpansees dat ook hebben. Zie je wel, Darwin heeft dus weer gelijk.

Powered by ScribeFire.

Ik ben natuurlijk geen techneut, maar…

Dit hoor ik toch zo vaak: “ik ben natuurlijk geen techneut, maar…”. Nou ben ík toevallig wel een techneut en vraag mij dus iedere keer, steevast, als ik iemand een zin met die woorden hoor beginnen, twee dingen af. De eerste vraag die me door de kop schiet is: Hoezo zijn techneuten niet natuurlijk? Het is niet zo raar dat ik dat denk, want de persoon zegt letterlijk: “ik ben natuurlijk geen techneut”, dus het is blijkbaar onnatuurlijk om wel een techneut te zijn. Mensen horen blijkbaar natuurlijk géén techneuten te zijn.

Ten tweede vraag ik mij dan ook af waarom niet-techneuten dan toch steeds in de huid van techneuten willen kruipen. Dat is toch tegen je natuur? Het is wat die “maar…” suggereert. Na de “maar” komt altijd een poging om een technische verklaring of uitleg te geven over iets waar ze natuurlijk geen kaas van hebben gegeten. Daarom verontschuldigen ze zich alvast vooraf. Ik ben natuurlijk geen techneut dus alles wat ik nu ga beweren zou natuurlijk best wel eens niet helemaal kunnen kloppen maar neemt u het mij dan alstublieft niet kwalijk.

Sommige mensen beginnen hun verhaal ook heel bewust met “ik ben natuurlijk geen techneut, maar”. Zij gaan dan iets zeggen dat “nogal tamelijk evident” is en door techneuten over het hoofd is gezien. Ha, en dan hebben we een inwrijver te pakken. En het betekent dus dat die arme, onnatuurlijke techneuten geen domme fouten mogen maken, want dan worden ze natuurlijk gelijk aan de schandpaal genageld. Gelukkig hebben techneuten van onnature dan gelukkig wel een hele dikke olifantenhuid…

Powered by ScribeFire.

De Zure Victoria’s

Bij ons in de voortuin staat een grote pruimenboom. Een week of 5 geleden, voor wij op vakantie gingen, waren zijn takken al zwaar van de pruimen. Allemaal nog lang niet rijp. Het zijn overheerlijke Reine Victoria‘s, genoemd naar Queen Victoria. Na onze vakantie zouden de eerste pruimen al rijp zijn en zouden we tot achter in oktober nog pruimen kunnen plukken. Vorig jaar heb ik zeker een keer of 8 een wasteil vol pruimen geplukt van de takken waar ik bij kon. Veel te veel pruimen voor ons alleen. Liters pruimenjam heb ik gemaakt en aan vrienden en familie uitgedeeld.

Wie schetste onze verbazing toen wij dit jaar na onze vakantie bij de pruimenboom gingen kijken. Geen pruim meer te bekennen aan de hele boom! Zelfs niet aan de hoogste takken. Ook op het gras onder de boom viel afgekloven pruim noch pit te ontdekken. Wie of wat de dader ook moge zijn, hij nam of zij nam (of namen) geen halve maatregelen. Komplete leegroof en voor zover ik kan ontdekken ook geen sporen van de illustere dader(s).

Het vreemde is dat de pruimen nog niet eens halfrijp hadden kunnen zijn toen ze heimelijk werden geplukt. Ze waren dus nog bepaald niet te pruimen die pruimen. Het heeft de daders blijkbaar niets uitgemaakt. Misschien ging het ze wel specifiek om het pruimenzuur. Misschien zijn onze pruimen juist bedoeld om mensen zuur te houden, in plaats van zoet. Ik stel me nu ineens een gemeen gniffelende heksenkring voor dat ergens in de Drentse bossen, bij volle maan rond een ketel bubbelende zuurpruimenjam danst. Ze noemen zich “De Zure Victoria’s”. Afzichtelijke, oude  mopperpotten met vreselijk zure pruimen…

Queen Victoria (Bron: Wikipedia; ze kijkt eigenlijk verdacht zuur op deze foto...)

Powered by ScribeFire.

Zoef plat

Omdat het nog heerlijk warm was had Zoef besloten om nog even een nachtelijk ommetje te maken voor hij onder de wol ging. Maar het was erg donker in het bos en hij verdwaalde. Een klein beetje maar, hield hij zich voor. Weldra zou hij de bekende weg weer hebben teruggevonden. En jawel, daar zag hij al weer wat bekende bomen. Haastig rende Zoef ernaar toe.

Aangekomen bij de bomen die hij eerst meende te herkennen zag Zoef dat hij voor de gek was gehouden. Deze bomen hadden hem nóg verder van Het Grote Dierenbos weggelokt. Zoef raakte nu in paniek en begon nu in het wilde weg rond te rennen. Plotseling rende hij het bos uit. Hij stond aan de rand van een kale, grauwe strook met witte strepen erop. In de verte hoorde hij een zoevend geluid.

Zoef keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Daar zag hij twee felle lichten die met hoge snelheid op hem afkwamen. Het geluid werd ook steeds luider. Zoiets angstaanjagends had Zoef nog nooit gezien. Dit moest hij even heel goed bekijken zodat hij de andere dieren dit gevaar precies kon beschrijven. Dus hupte hij dapper over de witte streep. De grond voelde ruw onder zijn pootjes. Zoef huiverde. Ineens waren de lichten weg, maar het zoevende geluid hoorde hij nog wel. Zoef liep nog iets verder de kale strook op om te kijken waar de lichten nou toch waren gebleven.

En toen waren de lichten er ineens weer. Zoef werd er totaal door verblind. Hij probeerde weg te springen, maar wist niet meer waar de bosrand was. Zoef bevroor van angst. Met grote ogen zag hij de lichten op zich afkomen. Het gezoef werd een oorverdovend geraas en gebulder. En toen was Zoef plat.

Het was 1 uur ’s ochtends en ik was op weg terug naar huis. De haas kwam uit het niets en ik kon hem niet meer ontwijken. Er was een harde klap en ik voelde hoe ik het arme dier verpletterde onder de banden. Op een parkeerplaats laat ik even de adrenaline eruit beven. De volgende ochtend blijkt de voorbumper ontzet en er kleeft flink wat bloed aan het rechter achterwiel en het spatbord. En ik denk dan: gelukkig was het maar een haas en geen hert…

Powered by ScribeFire.