Mens

Dat is een goeie vraag

Het is me opgevallen dat geïnterviewden vaak hun antwoord op een gestelde vraag beginnen met: “Dat is een goeie vraag”. Waarom doen ze dat?

Andere variaties die ik hoor zijn:
“Dat is een heel goede vraag”, welke meestal vooraf gaat aan een vaag en ontwijkend antwoord (let ook vooral op de benadrukking en verlenging van “heel”).
“Dat is een uitstekende vraag”, hier is de geïnterviewde meestal erg blij (des te meer nadruk op de 2e lettergreep van uitstekend, des te blijer) dat de vraag is gesteld, en kun je rekenen op een uitgebreid antwoord.

Nu neem ik zelf niet zo bijster veel interviews af hoor. Ik baseer me grotendeels op wat ik op radio of televisie hoor. Let er maar eens op. En ik vind het ook helemaal niet storend als het mij overkomt dat iemand mijn vraag hardop goed keurt. Hoewel ik me wel afvraag hoe oprecht het complimentje is. Volgens mij is het veel meer bedoeld om een beetje meer denktijd te creëren en/of om een ontwijkende zin te formuleren om te verhullen dat je het niet precies weet.

Zelf maak ik me ook veelvuldig schuldig aan dit “fenomeen”. Het is bijna een soort reflex. Als ik antwoord met: “dat is een goeie vraag”, dan ben ik in ieder geval niet bewust bezig om de interviewer te complimenteren over de gestelde vraag. Eigenlijk is het meer een alternatief voor “eeeehm…”, maar ik kan er dan meestal wel wat zinnigs over zeggen. Als je me écht overvraagt dan maak ik dat beleefd duidelijk met: “Poeh hee, daar vraag je me wat zeg”.

Nu vraag ik het maar eens aan de lezer: Herkent je dit? En waarom begin jij je antwoorden op deze manier als je eerlijk bent?

Natuurlijk kopiëren we elkaar

Good artists copy, great artists steal. Een quote van Steve Jobs. De man was wel zo megalomaan dat hij iedere poging om zijn ideeën te kopiëren desnoods met kernwapens bestreed. Maar Steve’s ideeën waren natuurlijk niet origineel. Iedereen kopieert. Niets is echt origineel. Originaliteit is betrekkelijk en uit zich in de draai die de “artiest” aan het gekopieerde geeft.

Zelf beschouw ik het maar als een groot compliment als iemand iets van mij kopieert. Ik beschouw mezelf niet als artiest, laat staan een goeie. Maar kopiëren doe ik natuurlijk wel. Want ik ben beïnvloed door anderen. Mijn schrijfstijl heb ik niet zelf bedacht, maar van iemand overgenomen, omdat het vertrouwd is, of omdat het bij me past. Van meerdere iemanden waarschijnlijk, die op hun beurt ook zijn beïnvloed. Als ik me er bewust van ben dat ik iemand kopieer, dan vermeld ik dat. Dat vind ik wel zo netjes.

Ik kan wel een rijtje mensen opdreunen waarvan ik me bewust ben dat ze mij beïnvloeden, omdat hun stijl mij aanstaat. Zo hou ik van Herman Finker’s taal-ongerijmdheid. Maar ook van de absurde filosofieën van Terry Pratchett. Koot en Bie hebben mij absoluut sterk beïnvloed, maar ook Annie M.G. Schmidt. Niks hoogdravends, vind ik zelf. Ik hou niet van hoogdraverij. Ik draaf graag op aards niveau. Annie kon dat als geen ander, maar ook zij kopieerde, dat kan niet anders.

Het meest kopieer ik van mensen in mijn omgeving. En dat doen we volgens mij allemaal. Bewust en vooral onbewust. Mijn familie, vrienden en collega’s beïnvloeden me. Ik neem hun maniertjes, grapjes en ideeën over, want ik vind ze leuk. Tuurlijk geef ik er ook een eigen draai aan. Anderen nemen dat dan weer van mij over. Mijn kinderen bijvoorbeeld. Dat zijn ware spiegeltjes van mezelf, met een steeds groter wordend stukje eigen identiteit. Een identiteit die is opgebouwd uit allemaal van anderen gekopieerde stukjes. Zo ontwikkelen mensen zich: door te kopiëren. Heel natuurlijk, want het is ingebouwd in onze genen. Kopiëren is menselijk.

De inspiratiebron voor deze post: TED Radio Hour – “What’s Original?”

Komkommertijd

– Lukt het nog om het deze week voor elkaar te krijgen, Jan-Joost?

– Oei, Klaas, ik weet ’t niet. Een week is ook maar een week. Maar ja, volgende week zit mijn agenda ook al weer heel vol. En in de week daarna ben ik 4 dagen op cursus, en dan is de maand al weer zo goed als om. Dus eigenlijk wordt het deze maand niet meer.

– Deze maand niet? O jee, maar wanneer dan wel?

– Eeeeehm, nou, in de komende maand gaan natuurlijk ook de eerste mensen al op vakantie, dus dan krijg je sowieso niet meer iedereen bij elkaar. En dat betekent dat ik dan de hele klus grotendeels alleen moet klaren, waardoor het zeker twee keer zoveel tijd gaat kosten. Komkommertijd hè, daar doe je niets aan.

– O, dus je hebt eigenlijk twee weken nodig?,

– Neeee-nee-nee-nee-nee, daar kwam jij zelf mee, met die week. Als we met het volledige projectteam hieraan zouden werken dan schat ik in dat we nog minstens 200 uur werk hebben om het af te krijgen. Dat is vijf en een halve werkweek als je uit gaat van voltijdscontracten, maar die heeft alleen Piet en die is dus al op vakantie en de rest is van het project gehaald om budgettaire redenen, dat weet jij heel goed.

– Juist, duidelijk JJ. Er zit nog 200 uur werk in, en jij bent de enige kracht waarover ik nog kan beschikken.

– Ten dele, Klaas, want ik heb ook recht op vakantie, net als iedereen.

– Juist, ten dele. Wanneer ga je zelf op vakantie?

– Over 3 week precies. Heerlijk naar Zuid-Frankrijk met de caravan.

– (Diepe zucht) Nou, dan moeten we het in hemelsnaam maar over de zomervakantie heen tillen.

– Ja, dat probeer ik je eigenlijk al de hele tijd duidelijk te maken, maar dat kwartje wou maar niet vallen. En dan moet je strak plannen want effectief wordt er eigenlijk alleen gewerkt in de maanden september t/m november, hè.

– O, laat me raden, op gang komen na de vakantie kost de rest van augustus en uitvieren tot de kerstvakantie duurt de eerste helft van december?

– Precies! Je begint het te begrijpen, Klaas jongen. En dat laatste kruipt elk jaar steeds dichter naar mid-november. Als ik jou was zou ik mijn planning nog eens goed herzien. Dit jaar lijkt het mij al niet meer haalbaar… ach, Klaas, kop op, nou moet je niet gaan huilen!

Hoe te poepen

Natuurlijk weet je al lang hoe je moet poepen. Het primaire poepproces is bij iedereen bekend vanaf de geboorte, zullen we maar zeggen. Maar waar menigeen (mijzelf incluis) volgens mij mee worstelt is de poep-etiquette. Wat is nou geaccepteerd gedrag qua poepen in openbare toiletten of toiletten die je deelt met anderen zoals op kantoor, op school, et cetera?

Wat mij betreft is het poepen op een openbaar toilet, bijvoorbeeld bij een tankstation langs de snelweg nog het minste probleem, want daar kom ik alleen vreemden tegen. Dan is het kunnen hebben van schijt aan wat men van je denkt, heel gemakkelijk. Dus dan poep ik vrijwel net zo ontspannen als thuis.

Op kantoor is het anders. Daar kent iedereen elkaar, en maakt het me veel meer uit wat men van mij denkt. Vanuit het perspectief van de toiletgebruiker zie ik twee kanten aan de poep-etiquette:
1. Vanuit de poependen: Wat is netjes poepgedrag?
2. Vanuit degenen die het poepgedrag van anderen waarnemen: Wat is netjes observatiegedrag?

Te beginnen bij het gedrag van de poepende:

Als er anderen in de toiletruimte aanwezig zijn (op slot zittende deuren duiden wellicht op mede-poepers waardoor je gelijk ook waarnemende wordt), dien je er rekening mee te houden dat anderen aanstoot nemen aan jouw geknetter en gesteun. Probeer dus zo geluidloos mogelijk te poepen. Wacht desnoods tot je zeker weet dat je de toiletruimte voor jezelf hebt, voor je gaat persen. Je kunt ook handig gebruik maken van de mogelijkheden om je perswerk te doen op de momenten dat een andere toiletgebruiker doorspoelt of, heel ideaal in mijn optiek, de handendroger aan zet. Als je onverhoopt toch pruttel- en knettergeluiden voortbrengt (wat door de toiletpot en de akoestiek van de toiletruimte erg wordt versterkt), dan dien je je te schamen en moet je je eigenlijk openlijk excuseren via een e-mail naar de hele kantoorvleugel:

“Beste collega, mijn oprechte excuses voor de onbetamelijke geluiden door mij voortgebracht tijdens het poepen. Ik vermoed dat het de bruine bonen waren. Sorry voor de overlast”. Zoiets.

En dan het gedrag van de waarnemende:

Neem aanstoot aan ongegeneerd geknetter en gesteun van een poepende mede-toiletgebruiker. Mocht je deze persoon na dit gedrag uit het toilethokje zien komen, schenk deze dan een afkeurende blik (met gerimpelde neus). Als je weet wie deze onbetamelijke poepert is, spreek er dan achter de rug van diegene om, schande over. Temeer als het een hooggeplaatste collega is. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om een bruine lijst te plaatsen op het intranet, waarop alle ongegeneerde poepers met naam en foto komen te staan. Dat zal ze leren om zich zo onbetamelijk te gedragen!

Onzin natuurlijk. Iedereen moet wel eens poepen. Ook je gerespecteerde collega’s. Een toiletruimte is daar voor bedoeld. Heb gewoon lekker schijt aan wat anderen vinden. Pers je drollen er gewoon net zo uit als thuis en voel je opgelucht in plaats van opgelaten.

Intrinsieke Motivatie

Dat ik hierover nadenk beschouw ik maar als een luxe-probleem. Eigenlijk is er helemaal geen probleem. Wat is jouw intrinsieke motivatie? In mijn omgeving hoor ik die vraag de laatste tijd regelmatig. Alsof ik eens goed bij mezelf te rade zou moeten gaan waarom ik doe wat ik doe. Als ondertoon hoor ik vooral dat ik me zou moeten afvragen of mijn motivatie niet teveel wordt bepaald door afhankelijkheid of angst.

Dat is een nogal wezenlijk vraagstuk. Wezenlijk is synoniem aan intrinsiek, dus dat komt dan handig uit. Wezenlijk, essentieel, fundamenteel. De vraag die ik mezelf dan ook maar stel is deze: Wat zijn mijn essentiële drijfveren? De vraag lijkt heel eenvoudig, maar het valt me niet mee om een soort lijstje te maken met die drijfveren waarzonder ik niet kan functioneren.

De zelfbeschikkingstheorie geeft houvast, en zegt dat ieder mens behoefte heeft aan autonomie, competentie en verbondenheid. Volgens deze theorie wordt ieder mens gedreven door de bevrediging van deze basisbehoeften. Een te grote controle van anderen over jouw gedrag frustreert deze bevrediging en maakt dat je niet optimaal functioneert.

Dat “functioneren” is natuurlijk beladen. Ik associeer het meteen met beoordeling door anderen. Ik denk aan “functioneringsgesprekken” waarin jouw gedrag wordt vergeleken met de externe verwachtingen. De mate waarin je aan die verwachtingen voldoet wordt beloond. Dit heet extrinsieke motivatie. De zelfbeschikkingstheorie doelt juist op gedrag dat voortkomt vanuit jezelf. Externe verwachtingen staan er helemaal los van. Sterker nog, jij hebt verwachtingen t.a.v. je omgeving en probeert deze zo te beïnvloeden dat jij goed tot je recht komt. Je hebt ruimte nodig om je te kunnen ontwikkelen. Iedereen heeft recht op die ruimte, en de hoeveelheid benodigde ruimte verschilt per mens.

Ruimte. Ja, ik hou absoluut van ruimte voor mezelf. En wie niet? Ruimte, bewegingsvrijheid,  autonomie. De minste beperking voelt voor mij al beklemmend. Het behoud van en het vergroten van mijn bewegingsvrijheid drijft mij voort. Bij bewegingsvrijheid hoort ook vertrouwen. Het vertrouwen van je mede-mensen in jouw vrije, eigen manier van bewegen. En het leuke is dat je dit vertrouwen schaadt als je deze mede-mensen in hun vrijheid beperkt. Dus het is eigenlijk toch best eenvoudig: intrinsieke motivatie gaat in wezen over het nemen en geven van vrijheid. 

In alle bescheidenheid

Om de mensheid niet te verpletteren met mijn indruk,
doe ik maar gewoon en precies gek genoeg.

Om de mensheid niet te verbluffen met mijn alwetendheid,
meet ik me een vertwijfelde blik aan, hou me van de domme.

Om de mensheid niet te verblinden met mijn schoonheid,
kleed ik mij heel gewoontjes, eigenlijk bij het saaie af.

Om de mensheid niet te overdonderen met mijn charmes,
doe ik me bot voor, dus voel je maar niet beledigd.

Om de mensheid niet te bederven met mijn ruimdenkendheid,
stel ik me moedwillig bekrompen op, voor jullie bestwil.

Om de mensheid niet te verbijsteren met mijn kunst,
hou ik me maar in en schrijf ik flauwe versjes zoals deze.

Kippevel

Ja eigenlijk is het kippenvel, maar dat klopt gewoon niet qua gevoel. Die extra ‘n’ moet maar gewoon een stomme (onuitgesproken) ‘n’ zijn dan. Dat geldt ook voor panne(n)koek en miere(n)neuker. Niemand spreekt die ‘n’ uit. Bovendien heeft die extra ‘n’ een soort dovende werking op de lading van het woord. Als ik iemand uitmaak voor “pannuNNNkoek”, heeft dat een minder beledigend effect dan “Pannuh-koek”. 

Zo geeft kippeNNNvel bij lange na niet de sensatie die kippuh-vel geeft. Kippevel kan een prettige tinteling zijn die ergens in je nek begint, langs je oren naar je slapen kruipt en dan razendsnel langs je hele ruggegraat naar beneden schiet. Dat soort kippevel krijg ik als ik vol bewondering schiet over iets dat ik zie, of hoor, of zelfs alleen maar aan denk. Als ik Sven Kramer alweer een seconde van zijn ronde tijd af zie schaatsen bij de 10 kilometer, krijg ik dit soort kippevel. Het prachtige “Private Investigations” van Dire Straits bezorgt me telkens weer dit type kippevel.

En toen ik vanochtend mijn eigen voetbaltoppertje een hartstikke goeie kopbal zag maken, kreeg ik het ook. Een hele vette kippevel over mijn hele lijf. Dat zijn de allerlekkerste. Als ik mijn ogen sluit en die kopbal weer aan de binnenkant van mijn ogen afspeel, krijg ik het weer. Zaaaaalug. Dit soort kippevel is heerlijk en doet je van binnen opgloeien. Kippuh-vel, wel te verstaan. KippeNNNvel laat me niet gloeien. 

Kippevel kun je ook krijgen als je schrikt, of als je een gevoel van onbehagen bekruipt. Dat is heel ander soort kippevel. Dit soort kippevel voel je tot in je ruggemerg en tot in je botten. Brrrr. Vermeende ontmoetingen met spoken geven mij dit soort kippevel. Vrees voor je leven geeft je dit soort kippevel. Al je haren over je hele lijf staan dan overeind en je voelt je ijskoud. Je bent op je hoede en voelt je alles behalve op je gemak. KippeNNvel doet dit niet met je. Bij lange niet.

Weet je wat kippeNNNvel is? Dat is dat vieze, vette, kledderige velletje dat ik van de kippenpoot afpeuter met mijn vork, als dat velletje niet lekker knapperig is geworden. Om van te griezelen. En dat is dus een heel andere sensatie.

 

Hoe te smalen

Smaal jij wel eens? Moet je echt eens doen joh. Er gaat namelijk niets boven een potje uitgebreid smalen. Laatst smaalde ik wel anderhalf uur achter elkaar. Het voelt ook ongelooflijk lekker om even ongenegeerd te honen. Dat lijkt heel veel op smalen, dus je kunt het daar uitstekend mee combineren. Het voelt in het begin wel een beetje ongemakkelijk dat honen en smalen, maar dan denk je gewoon bij jezelf: ik ben beter dan de hele wereld!

Visualiseren werkt ook heel goed. Vooral bij de beginnende smaler of honer. Visualiseer jezelf in een hoge, ivoren toren van waaruit je op de mensen neerkijkt. Nietige, kleine mensjes krioelen als mieren onderaan de voet van jouw toren. Ze zijn jouw blik natuurlijk niet waardig, maar je doet het desondanks. Je mondhoeken trekken ietwat naar beneden en je heft je kin zodat je langs je neus naar de wereld kijkt. Het is maar goed dat er gelukkig ook halfgoden zoals jijzelf bestaan zodat er nog enige orde in die chaos daar onderaan jouw toren kan worden gebracht.

En als ze je betichten van hoogmoed, minachting, zelfingenomenheid, of zelfs arogantie, dan weet je dat je in je smaling en honing bent geslaagd. Dan geef je die zeurpieten als blijk van dank je allerbeste hoonlach: Mwah-hah-hah-hah-hah!, jullie zijn toch zoooo zielig. Laat me niet lachen zeg.

Principes

Ooit, toen ik nog een kleine jongen was, zwoer ik om nooit principieel te worden. Als ik al een principe zou hebben dan was het om geen principes te hebben. Desalniettemin ben ik nu toch best wel een heel principieel mannetje. Te principieel. Ik ben zelfs principieel principieel. Uit puur principe klamp ik mij vast aan principes, ook al zitten ze in de weg. Ouwe-lullen-gedrag.

Toch kan een mens niet helemaal zonder principes. Je wordt er door gedefinieerd en daar is in principe natuurlijk niets mis mee. Het principe van een principe is als volgt: het is een regeltje, een afspraak met jezelf en/of met anderen waar je in het dagelijkse leven naar handelt. Goeie principes verhogen de kwaliteit van het leven. Overmatige, ja obsessieve principialiteit maakt een mens vervelend. Dan wordt je een zeikerd en een mierenneuker. Dan verziek je het leven van anderen en op de koop toe die van jezelf.

Zeikprincipes zouden eigenlijk principieel (die twee woorden leunen tegen elkaar) vermeden moeten worden. Misschien helpt het als ik vanaf nu ook het volgende principe hanteer: in principe moet ik eigenlijk niet zeiken en onnodige principes gewoon lekker overboord gooien. Daar wordt iedereen gelukkiger van.

Tot slot nog deze ouwe mop over het verschil tussen “eigenlijk” en “in principe”:

Jantje: “Papa, wat is het verschil tussen ‘eigenlijk’ en ‘in principe’?”
Papa: “Om je dat uit te leggen moet je even een experiment doen. Vraag maar eens aan je moeder en je zus of ze het voor 1 miljoen met de buurman zouden doen”.
Zo gezegd zo gedaan. Jantje gaat naar zijn moeder en vraagt: “Zou je het voor een miljoen met de buurman doen?”.
Jantje’s moeder denkt na en zegt: “een miljoen is een boel geld, daar zou ik het wel voor doen ja”.
Ook aan z’n zus stelt Jantje de vraag:  “Zou je het voor een miljoen met de buurman doen?”.
En z’n zus antwoordt: “iiieeeuw, maar voor een miljoen zoe ik het wel doen denk ik”.
Jantje vertelt dit aan z’n vader, waarop deze zegt: “Kijk, dat is dus het verschil: in principe zouden we dus 2 miljoen euro rijker kunnen worden, maar eigenlijk wonen er twee hoeren bij ons in huis”.