Mens

Ben

Tot mijn grote verbazing blijkt meditatie op mij een bijzonder sterk effect te hebben. De uitroep van een verbaasd “Huh?” komt van mijn rationele kant. Mijn spirituele kant zegt natuurlijk: “Duh!”. Het mediteren gaat me ook best gemakkelijk af vind ik. Ik begon laatst gewoon maar eens met 5 minuten alleen maar concentreren op mijn ademhaling. Bij iedere inademing word ik langer, en mijn rug rechter. Bij iedere uitademing laat ik spanningen wegglijden.

Voor mijn gevoel vliegen die 5 minuten om. Ook lukt het heel goed om binnendrijvende gedachten gewoon te laten voorbij drijven, als een wolkje aan de hemel. En na een tijdje gebeurt het. Soms meteen, soms pas in de laatste minuut. Ineens ben ik heel bewust. Natuurlijk ben ik voortdurend, maar niet bewust en aandachtig. Als ik ben, dan observeer ik alleen maar. De tijd lijkt wel stil te staan. Ik vind nergens wat van, maar voel gewoon dat ik voel. Ik vind het heerlijk.

Dus nu ben ik bewust minstens tweemaal daags een paar minuten. Omdat mijn hoofd er zo lekker leeg van wordt. Omdat mijn humeur er zo erg van opklaart dat ik het zonnetje in huis wordt. Omdat ik dan beter kan zien wat nou echt belangrijk is. En dat allemaal doordat ik af en toe gewoon alleen maar even ben. Ik kan het iedereen aanraden: laat af en toe eventjes de boel de boel, en ben.

Gezond verstand

Volgens het NL-EN-woordenboek is gezond verstand in het Engels “common sense”. Maar voor mij voelen ze verschillend. Dus ik heb wikipedia maar eens geraadpleegd: Gezond verstand is het natuurlijke, onbedorven verstand waarmee mensen (zoals ik het begrijp tenminste) redeneren over onze waarnemingen en ervaringen. Common sense is het vermogen van (bijna alle) mensen om dingen waar te nemen, te begrijpen en te beoordelen.  In die betekenissen zit genoeg overlap om de vertaling toch te rechtvaardigen.

Common sense zou je ook letterlijk kunnen vertalen naar “gewoon waarnemingsvermogen”. Iedereen zou dit basisvermogen moeten bezitten, vandaar “common”. Volgens Aristoteles zouden zelfs alle dieren (inclusief mensen) dit vermogen in de basis hebben.  Common sense mag je dus van iedereen verwachten. Nogal wiedes. Het is een collectief verstand. Zoiets als wikipedia, maar dan offline, en natuurlijk veel betrouwbaarder.

Common sense heeft eigenlijk geen tegenovergestelde. Gezond verstand overduidelijk wel: ongezond, aangetast verstand. Common sense kun je moeilijker aantasten dan gezond verstand. Gezond, onbedorven verstand raakt bedorven door eenzijdige informatie. Door dominante vaders, propaganda, of – nogal verontrustend – door algoritmen op sociale media. Of denk ik dat omdat die zelfde algoritmen mij dat laten geloven. Hoe gezond is mijn eigen verstand eigenlijk?

Volgens mij is het sowieso altijd verstandig om te beseffen dat je je kunt vergissen. Daarvoor zijn we mens. Je common sense zit in die ene seconde van twijfel voor je met de meute mee gaat. Of je ziet op het allerlaatste moment toch af van een impulsief besluit, vanwege een onbestemd gevoel in je onderbuik. Daar huist je common sense. Misschien is gezond verstand dan wel het vermogen om op je common sense te vertrouwen.

In gedachtes

Soms kun je zo diep in gedachtes verzonken raken dat je de wereld om je heen vergeet. ’t Is alsof je bent ondergedompeld in een warm bad. De wereld om je heen is een waas. De mensen om je heen zijn vage gedaantes. Je hoort ze roezemoezen, maar ze dringen nauwelijks tot je door. Vele secondes gaan voorbij eer je dan door heb dat iemand je aanspreekt. Hoe dieper verzonken, des te meer moeite het kost om weer uit je gedachtes naar boven te zwemmen.

Herken je dat? Nee, ik ook niet hoor. Ik ben zelf eerder in gedachten verzonken, waarbij de mensen om me heen eerder vage gedaanten zijn, en het eerder seconden kan duren eer ze tot me door dringen. Gedachten of gedachtes. Het mag allebei, maar de eerste voelt voor mij natuurlijker dan de tweede.

Maar een mens

Het is volgens mij altijd goed om te beseffen dat we maar een mens zijn. Wij beseffen dat we ons kunnen vergissen. Dieren hebben dat besef niet, denken we. Onze huiskat denkt bij een mislukte jacht toch niet: tjonge, heb ik me daar even in de snelheid van die muis vergist! Maar de kans is groot dat ik mij ook daarin wederom vergis. Daar hou ik bewust rekening mee omdat ik ook maar een mens ben. Ik weet niet wat er in de kop van een kat omgaat na een mislukte jachtpoging. Ik ben immers geen kattenfluisteraar, alhoewel…

Maar een mens dus. De “maar” is om te voorkomen dat ik mezelf als bovenmenselijk beschouw. Niet dat ik dat vaak doe, maar ik heb mijn momentjes van megalomanie waarbij ik de mensheid wel lijk te ontstijgen. Mijn ego is nogal bovenmaats. De “maar” houdt mijn benen dan aan de grond en zorgt voor mijn aarding.

Maar een mens. Eigenlijk past de bescheidenheid van de “maar” niet. De mensheid zet de wereld naar haar hand. De mensheid overwint de zeeën. De mensheid vliegt naar de maan. De mensheid heeft wetenschap. De mensheid heeft massavernietigingswapens. De mensheid heeft bio-industrie. De mensheid ontregelt het klimaat. En in al haar bescheidenheid gelooft de mensheid ook in oppermachtige wezens die hen stuurt en behoedt. Die mensheid toch.

Gek, we hebben het eigenlijk nooit over de virusheid, insectheid, visheid, vogelheid, reptielheid of katheid. Waaraan moet een organisme eigenlijk voldoen om heid-waardig te zijn? In staat zijn tot dit soort filosofische overpeinzingen? Zich ervan bewust zijn dat het zich kan vergissen? Ik verzin ook maar wat, want ik ben ook maar een mens.

Zwarte Zwanen

zwarte zwaan

De Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem de Vlamingh zag in de 17e eeuw, in zijn ontdekkingsreis door West-Australië, als eerste Europeaan een zwarte zwaan. Voor die ontdekking waren we ons in Europa niet bewust van zwarte zwanen. De zwarte zwaan is een symbool voor onbekende kennis en onvoorspelbare gebeurtenissen.

Dit gegeven vormde op zichzelf voor mij ook een zwarte zwaan. En als ik erover nadenk, kom ik regelmatig zwarte zwanen tegen. Het zijn altijd verrassingen, want dat is inherent aan de betekenis. Die verrassingen kunnen positief en negatief zijn. Ik werd me bewust van het bestaan van deze metafoor door het lezen van het boek “Risk Intelligence” door Dylan Evans. Kort gezegd gaat dat boek over de intelligentie die je gebruikt bij het wagen van een gok waaraan risico’s kleven.

Evans ziet het maken van keuzes als het maken van een afgewogen gok. Gokken kun je doen op allerlei niveau’s. Variërend van het mee uit vragen van iemand op wie je een oogje hebt met het risico op een blauwtje, tot het binnenvallen van een land vanwege vermeend bezit van massavernietigingswapens met het risico op vergrootte destabilisatie in die regio. Bij het wagen van een gok zou je volgens Evans de plussen en minnen van de gok zo goed mogelijk moeten uitdrukken in percentages. Hoe waardeer je de uitkomsten en de kosten van je gok? Hoe schat je de kansen van slagen en falen in?

In zijn boek gebruikt Evans trouwens het binnenvallen van Irak door de Amerikanen over de het vermeende bezit van WMD’s (Weapons of Mass Destruction) door Sadam Hoessein, als voorbeeld van een slecht afgewogen gok. De uiteindelijke kosten wogen niet op tegen de uiteindelijke uitkomsten. Amerika heeft de situatie in het Midden-Oosten, in tegenstelling tot de verwachting van de Amerikaanse regering destijds, gedestabiliseerd. Althans, volgens Evans. En dat is ook een belangrijk punt: verschillende mensen schatten kansen verschillend in. Mensen hebben verschillende achtergronden, kennisniveaus en risico-intelligentie-niveaus.

Bij het wagen van een gok moet je je kennis over de zaken die van invloed zijn op de uitkomst van de gok, zo goed mogelijk gebruiken. Hoe meer je weet, des te beter je de gok afweegt, en des te zelfverzekerder je de gok durft te wagen. Het is belangrijk hoe goed je weet wat je weet en hoe goed je weet wat je nog niet weet.

En hoe zeer ben je je bewust van vragen die je nog niet hebt gesteld? Dit zijn de zwarte zwanen van je gok. De zwarte zwaan is symbool voor de kennis over de zaken waarvan je nog niet weet dat ze invloed hebben op de uitkomst van de gok. De zwarte zwaan helpt voorkomen dat je te overmoedig en zelfs roekeloos wordt. Zwarte zwanen zijn vrijwel altijd dingen die je later, na de gok gewaagd te hebben (of juist niet!), doen zeggen: “als ik dat had geweten, dan…”.

Leven 2.0 (of 3.0?)

We hebben het nu al een jaartje of 8 over “Het Nieuwe Werken“. Het nieuwe is er intussen al wel zo’n beetje af. Voor mij wel tenminste. En eigenlijk ben ik het ook niet zo eens met dat Werken. Niet dat ik iets tegen heb op werken hoor, in tegendeel. Ik ben dol op werken. Zo hou ik bijvoorbeeld van alle werken van Kandinsky. Ik kan daar echt uren naar kijken…

Maar even alle gekheid op een stokje, ik hou natuurlijk ook van werken. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid een erg leuke baan te hebben. Een baan waar ik veel energie aan kwijt ben, maar ook veel energie uit haal. Maar ik heb ook een erg leuk en druk gezin. Een gezin waar ik veel energie aan kwijt ben, maar ook veel energie uit haal. Eigenlijk ben ik steeds bezig om die energie te balanceren.

Voor mijn werk moet ik voor en met verschillende personen diverse dingen bespreken, regelen en doen. Ik ben een spin in het web, en ik heb het er heerlijk druk mee. Die personen hebben net als ik ook een privé-leven, met of (nog) zonder gezin. We doen vaak een beroep op elkaars flexibiliteit en hebben ook vaak buiten kantooruren contact via e-mail en sociale media om belangrijke werkzaken, tussen de privé-zaken door, gedaan te krijgen. Die werkzaken worden immers vaak gedaan met collega’s die heel flexibele werktijden hebben.

Voor mijn gezin moet ik voor en met verschillende personen diverse dingen bespreken, regelen en doen. Mijn vrouw en ik runnen eigenlijk een soort servicebedrijf voor kinderen. Daar hebben we het heerlijk druk mee. De taken en verantwoordelijkheden zijn gelijk verdeeld, want we werken allebei. Zo ben ik bijvoorbeeld de CLO en mijn vrouw de CFO.   We doen vaak een beroep op elkaars flexibiliteit en hebben ook vaak tijdens kantooruren contact via e-mail en sociale media om belangrijke privézaken, tussen de werkzaken door, gedaan te krijgen. Die privézaken hebben immers vaak te maken met inflexibele instanties die alleen tijdens kantooruren, of nóg lastiger, tijdens schooltijden open zijn.

Werk en privé zijn noodzakelijkerwijs met elkaar verstrengeld geraakt. Die flexibiliteit en vrijheid in je eigen dagindeling en manier van werken en samenwerken met anderen, noemen we Het Nieuwe Werken. Ik vind alleen de nadruk op werken niet terecht. De werkzaken vormen namelijk maar één kant van de medaille. De andere kant wordt gevormd door privézaken. Samen vormen ze ons drukke leven. Het Nieuwe Leven. Leven 2.0.

Zonder het nieuwe leven zouden mijn vrouw en ik ons gezin niet kunnen runnen. Wij leven al jaren nieuw. Ja, het nieuwe is er al af. Wij zijn Leven 2.0 guru’s. Eigenlijk zitten we al in een stadium na het nieuwe leven. We maken steeds intelligenter gebruik van digitale technologie om ons drukke leven te verduurzamen en te vergemakkelijken. Slimme telefoons, slimme horloges, slimme meters, slimme thermostaten, slimme brandmelders, en jawel, slimme bikini’s houden onze sociale contacten, onze tijd, onze leefomgeving, onze portemonnee en onze veiligheid automatisch voor ons in de gaten zodat we meer tijd hebben om te genieten van het leven. Eigenlijk zijn we al stilaan begonnen aan Leven 3.0, het slimme leven.

Tja

Tja, dat is een tussenwerpsel dat aarzeling, berusting en/of onzekerheid uitroept, volgens Van Dale. Aarzeling en onzekerheid passen dan nog goed bij elkaar, maar berusting is toch echt iets anders. Ik betrap mezelf er geregeld op dat ik ergens een tja tussen werp. En inderdaad is dat vaak uit onzekerheid of aarzeling. Door tja te zeggen, laat ik blijken dat ik even niet goed weet hoe ik moet reageren: “tja, wat moet ik daar nou op zeggen”.

Berusting is anders. Berusting is gelaten accepteren dat het niet anders is dan het is. Aan een tja van berusting gaat een diepe zucht vooraf. “Zo, zit de vakantie er weer op?”, vroeg een collega mij onlangs. Mijn tja van berusting vulde toen een heel universum.

Metaforen

Metaforen, ik ben er dol op. Sir Terry Pratchett (moge hij in vrede rusten) schreef in het boek “Nation” dat metaforen leugens zijn om de waarheid beter te kunnen begrijpen. Metaforen zijn natuurlijk geen leugens, maar juist alom bekende en vertrouwde waarheden. De leugen van een metafoor zit ‘m vooral in de beschouwing. We beschouwen een ingewikkeld probleem eventjes als een bekend en vertrouwd probleem waar we wél raad mee weten. We liegen onszelf dan gemakshalve even voor dat de wereld niet complex is. Dat is heel menselijk.

Ik praat zelf veel in metaforen. Ik gebruik ze om iets dat ogenschijnlijk ingewikkeld is, terug te brengen tot iets dat iedereen, inclusief of misschien zelfs wel vooral ik zelf,  kan bevatten. De metaforen komen vanzelf tot me als ik er eentje nodig heb. Zo is er bijvoorbeeld de keukenverbouwing. Als ik met collega’s over een ICT-project praat, komt die metafoor vaak van pas: Als jij je keuken laat verbouwen, dan wil je toch ook dat het op tijd en binnen budget wordt opgeleverd?

Ook altijd een dankbare metafoor is de auto. Met auto’s kun je heel veel verduidelijken. Iedereen weet wat een auto is. Een auto is handig om techniek te scheiden van functie. Onder de motorkap zit bijvoorbeeld van alles dat je niet hoeft te begrijpen (techniek) om een auto te kunnen besturen (functie). Dat is erg handig als je nodeloze details uit een discussie wilt houden: De precieze werking doet er nu nog niet toe, daar kijken we wel naar als we de motorkap open doen.

Metaforen zijn altijd doodlogisch.  Bij het bouwen van een huis begin je toch ook niet met het dak? Dat snapt iedereen. Je punt wordt onmiddellijk begrepen. Bekende gezegden zijn ook vaak een uitstekende bron voor dergelijke logica: Voor we het eerste schaap erover heen lokken moeten we eerst weten of de dam stevig genoeg is.

De badkuip-metafoor is ook al zo’n mooie. Hij wordt in mijn omgeving dikwijls gebruikt. De kraan representeert een stroom van inkomend werk (issues, klachten, foutmeldingen, et cetera). Als er onvoldoende capaciteit – gerepresenteerd door emmertjes waarmee we badwater uit het bad scheppen – is om al het werk te doen, dan loopt het bad vol. Uiteindelijk dreigt er een overstroming. Een oplossing die ik dan veelal hoor is: nu eerst de kraan dicht en pas weer open als het overstromingsgevaar is geweken. Tijdelijk worden dan meer en/of grotere emmers ingezet.

En dan de zwangere-vrouwen-metafoor, ik hoor hem dikwijls: twee zwangere vrouwen kunnen toch écht niet een baby in de helft van de tijd baren. Dat is overduidelijk een valse verwachting, dat snapt iedereen. De Chinese-muur-metafoor houdt hier verband mee: Het verdubbelen van het aantal mensen dat je op een klus zet, betekent niet dat de doorlooptijd per definitie halveert. In dit geval zorgt de metafoor dan voor een waarheid die de onderliggende  valse verwachting (een leugen) bloot legt.

Is winnen belangrijk?

Is winnen belangrijk? Ik dacht mijn eigen antwoord daarop te kennen. Ik dacht dus van niet. Ik dacht dat meedoen met het spel verheven moest zijn boven winnen. De reis achtte ik altijd belangrijker dan het doel. Prestatiedrang maakt niet gelukkig, dacht ik ook altijd. Maar ik ben mezelf vanuit een verrassende hoek tegen gekomen.

Ik was niet eerlijk naar mezelf. Presteren en winnen is toch belangrijker voor me dan ik mezelf altijd voorhield. Zeggen dat meedoen belangrijker is dan winnen vind ik een dooddoener. Winnen maakt meedoen voor mij gewoon leuker. Winnen is vooral leuk als dat komt door goede prestaties van jezelf en je mede- en tegenstanders. Verliezen is des te moeilijker verteerbaar als ik weet dat ik onder mijn niveau presteerde.

Gisteren moest ik presteren. Met een groep collega’s had ik een opleiding gedaan, en gisteren werd daarvan een examen afgenomen. Veertig meerkeuzevragen. Ik vond de vragen best pittig, al had ik genoeg tijd om alle vragen te beantwoorden. Van de 40 moet ik er tenminste 26 goed hebben om te slagen.

De meesten waren eerder klaar dan ik, maar ik had dan ook nog rustig de tijd die ik nog over had gebruikt om de antwoorden waar ik niet zeker van was nog eens na te lopen. Mijn gummetje kwam er hier en daar nog even aan te pas.

Toen ik ook helemaal klaar was had ik nog 5 minuten over. De groep collega’s die al klaar waren, zag ik samen koffie drinken, maar ik dook snel de lift naar beneden in. Geen zin om ze te spreken. Mijn kop voelde ook alsof het elk moment kon barsten. Ik snakte naar frisse lucht en eenmaal buiten ademde ik de heerlijke koude lucht gulzig in. En toen besloot ik maar gelijk de trein naar huis te pakken. Ik was helemaal klaar met alles.

In de trein dacht ik na over het waarom van mijn donkere stemming.
Wat nou als ik zak en de rest niet? – ging het door mijn hoofd.
Waarom maak ik me daar toch zo druk om? – dacht ik toen kwaad.

Als mijn kinderen balen en boos zijn omdat ze hebben verloren bij iets, dan hou ik ze altijd voor dat het niet om winnen gaat in het leven, maar om het meedoen. Zo probeer ik ze tenminste op te voeden. Alleen maar bezig zijn met en gericht zijn op winnen, dat maakt een mens ongelukkig.

Het examen viel me zwaar tegen, en ik ging ervan uit dat ik ervoor was gezakt. Dat vond ik op zichzelf niet het ergste. Het idee dat ik daarbij één van de weinigen zou zijn, werd ik dus chagrijnig van. Goed, het was een drukke week, en de koek was dus nagenoeg op. Ik draaide op de laatste kruimeltjes. Dat speelt zeker mee, maar toch verbaasde ik me over mijn eigen verslagenheid. Ik wilde niet bij de weinige verliezers horen. Ergens hoopte ik dat de hele groep zou zakken. Ik vind winnen dus blijkbaar belangrijk. Ik richt mij op winnen in plaats van meedoen.

Daarom bewonder ik de collega die mij mailde over de uitslag. Van de 15 collega’s waren er maar liefst 10 gezakt, waaronder hijzelf. Het was een “exam from Hell”. Mijn collega vatte het meesterlijk sportief op door te zeggen dat hij toch blij was dat hij heeft meegedaan:

Van groot belang is dat we in ieder geval het model begrijpen en dezelfde “taal” kunnen spreken. Ik ben dus toch blij met het resultaat (en dat is best knap, ben meestal niet snel tevreden…)

Hij richt zich dus op het meedoen en is nu voor mij een lichtend voorbeeld. Ik bleek toch bij de weinige geslaagden te horen, maar ik buig mijn hoofd nederig naar mijn wijze en nu nóg meer door mij gewaardeerde collega.