Idee

IJs voor de Koorts der Koortsen

De koorts der koortsen is weer uitgebroken, en het is blijkbaar besmettelijk. De koorts wordt verspreid via internet, kranten, radio en televisie. Maar weinigen zijn er tegen opgewassen. Het maakt niet uit hoe nuchter je bent, de koorts laat je niet koud. De strenge vorst stijgt ons naar het hoofd en maakt dat we hunkeren naar ouderwetse, oer-Hollandse taferelen. De Koorts vinden we eigenlijk best cool.

En hoezo Euro-crisis? De dikte en kwaliteit van het Friese ijs zijn nu veel belangrijker. Als er al ergens de crisis over is losgebarsten is het over het wel of niet ingeloot zijn voor deelname aan de Elfstedentocht. Koortsachtig poetst half Friesland het ijs op de route van de Tocht der Tochten schoon en wordt met blote nagels het aangekoekte sneeuw van het ijs gekrabd. De rest van Nederland ziet het machteloos aan vanaf hun banken en hangt aan de lippen van Gerrit Hiemstra voor hoopgevende ijsstatistieken. We snakken naar die Elfstedentocht, maar het ijs is nog te zwak. Het is ijscrisis!

Maar u bent niet machteloos! U kunt Nederland helpen aan de Elfstedentocht die het zo bitter nodig heeft. Er is een ijsinzamelingsactie gestart voor het verstevigen van de zwakke plekken en het dichten van de wakken. Zet daarom vanavond al het ijs op de stoep dat u kunt missen, zoals ijspegels, uitgebikte tuinvijvers, bevroren waterleidingen, ijsklontjes (maakt niet uit of ze al gebruikt zijn in de bacardi, whisky, vodka, bayley’s) of wat dan ook als het maar ijs is. Alle ijs is welkom: ijs voor de Koorts de Koortsen.

Opleggerkonten beter benut

Hou in het verkeer rekening met harde windstoten, zei de anwb-er op de radio. Dus netjes de handen op 10 voor 2, vervolgde de man. Ik heb mijn handen tijdens het autorijden het liefst op 10 voor half 8. Af en toe schuiven mijn handen over het stuur naar boven, richting kwart over 9 als ze elkaars nabijheid even niet meer zo goed kunnen verdragen. Of omdat ze gewoon even verzet willen worden. Een beetje vergelijkbaar met de trucker die, omdat hij al ruim 10 minuten tegen dezelfde achterkant van een andere oplegger zit te kijken, in haalt. 

Truckers halen elkaar niet in omdat ze te langzaam gaan en ook niet omdat ze haast hebben. Ze hebben gewoon even een verzetje nodig. Ik kan me dat heel goed voorstellen. Op een gegeven moment ben je echt wel uitgegeken op de kont van je voorligger. Wat dat betreft worden de konten van opleggers totaal verkeerd benut. Die konten worden immers het meest bekeken door andere truckers. Daar zou je toch iets mee moeten kunnen doen om te voorkomen dat ze willen inhalen?  

Een eerste mogelijkheid is ervoor te zoren dat die kont waar hij naar zit te kijken, interessant blijft. Dus moet die kont er niet steeds hetzelfde uit blijven zien. Er moeten dus wisselende beelden en teksten op komen te staan. Geen bewegende beelden, want die leiden weer teveel af, maar beelden die elkaar om de zoveel minuten vervangen. En de informatie die erop komt te staan moet nuttig zijn voor de trucker die het leest. Bijvoorbeeld rond lunchtijd: “eerstvolgende restaurant op jouw route is bij afrit 38, 10 minuten rijden”. Geen teletekst, maar konttekst.

Een andere mogelijkheid is om aan de voorkant van iedere truck een camera te plaatsen waarvan de beelden op de kont van de oplegger komen te staan. Zo kan de trucker die naar die kont kijkt zien of het de moeite waard is om in te halen. Hierbij ontstaat een tunneleffect. Als er een hele sliert truckers achter elkaar rijdt, kan ook de achterste zien wat de voorste trucker ziet, want al die beelden worden van de voorste camera naar de achterste kont gestuurd. Dan hoeven ze dus ook nooit meer in te halen. Warempel, dat is gewoon het beste idee van Nederland! Ik schrijf me met deze uitvinding meteen in 😉 

Apple iLantern gereed voor 11-11

De laatste keer dat ik Sint Maarten liep kan ik me nog goed herinneren. Eigenlijk was ik de maximale leeftijd (hoe hoog is die eigenlijk?) al voorbij om mee te mogen doen. Met wat vriendjes liep ik langs de huizen. Lampionnen hadden we niet. Met een felle zaklantaarn schenen wij dikke lol te trappen. Ons doel was om zoveel mogelijk snoep te scoren. Dus snel “sinmaten sinmaten de koeienhebbestaten meisjes hebbe rokjes aan dakompsimatinus aan” zingen in gorillamodus (voetbalsupporterstem), snoep graaien en doorrennen naar de volgende deur. Schandalige etterbakkies.

Voor de onbeschaamde vlegeltjes van tegenwoordig is er op 11-11-2011 een alternatief voor de zaklantaarn en je hoeft ook niet zelf te zingen: de iLantern. Het is de meest associale app in de AppStore. Ongelooflijk dat Apple deze app goedkeurde. Voor 99 cent tover je je iPhone of je iPad om in een pulserende lampion die je helemaal naar je eigen smaak kunt stylen. De iLantern komt met een ruime selectie aan Sint Maarten liedjes ingezongen door artiesten zoals ACDC, De Jeugd van Tegenwoordig en Rammstein. Zo kun je Sint Maarten lopen in jouw stijl. Echt vet.

Voor de rijkere etterbakken nog de volgende tip: tape 3 iPads (leen gewoon even de iPad van je zus en je pa) aan elkaar in een driehoekopstelling, met de achterzijden naar elkaar toe. Installeer de iLantern App op alle drie de iPads. Met de speciale synchronisatie-functie kun je de 3 iPads dezelfde Sint Maarten tune synchroon laten afspelen, en pulseren de lampionnen ook in sync met elkaar. Hoe vet is dat?

Nu moet ik als een haas die app in elkaar hacken en vet stinkend rijk worden op kosten van de schoffies van Nederland. Ja ja, jat mijn idee maar, want ik kan helemaal geen apps hacken, laat staan dat ik Rammstein, ACDC en de Jeugd van Tegenwoordig heb weten te strikken. Dit idee had ik een half jaar eerder moeten hebben.

Powered by ScribeFire.

Boek-ingrediënten: 1 Wereld, 1 Plot, Een handvol Personages, 88 kilometer verhaal en 30 kilo Dialoog

Groot bewondering heb ik voor schrijvers zoals Henning Mankell. Meteen vanaf de eerste zin hang je aan zijn woorden. Stoppen met lezen is onmogelijk, want je móet weten hoe het verder gaat. Vertwijfeld draai je het boek in je handen als je echt de allerlaatste bladzijde hebt verslonden. Hoe kan het boek nou al weer uit zijn? Het smaakt naar veel meer. Razend knap als je je lezer dusdanig weet te pakken.

Mankell schrijft over een wereld waarin hij zelf leeft. Hij hoeft “alleen” een pakkend plot, een contrastrijk pallet van schitterende personages en een verhaal te maken. Dat is op zichzelf al ontzettend moeilijk. Hij creëert geen nieuwe wereld, maar schildert zijn verhalen in de bestaande wereld. Daarvoor legt hij veel meer het accent op de sfeer en geur van de omgevingen. In Mankell’s boeken proef je bijna die omgevingen. Als Kurt Wallander langs het strand loopt, krijg je droge lippen en een zilte smaak in je mond.

In een totaal ander genre, science fiction, schrijft Peter Hamilton. Zijn boeken zijn zelden dunner dan 1000 bladzijden. Neem nou de Commonwealth Saga bijvoorbeeld. In ieder boek van deze saga lopen tientallen verhalen door elkaar in een bizarre, futuristische wereld van vele werelden verspreid over het universum. De verhalen lijken in het begin volledig los van elkaar te staan, maar ze verstrengelen zich meer en meer.

De Commonwealth is een soort intergalactische vereniging van werelden met een gemeenschappelijke regering. De Commonwealth werelden zijn verbonden door kunstmatige “worm holes” en dus kun je gewoon met de trein van de ene naar de andere wereld reizen. Het hele interplanetaire transportnetwerk is in handen van het machtigste bedrijf in het universum. Een waanzinnige, duizelingwekkend complexe wereld, waar Hamilton je volledig in zuigt. En dan ineens is het boek uit, heel gemeen met een volledig open einde. Meer verhaal paste er gewoon niet in het boek, dus ging Hamilton maar verder in een volgende pil. Gelijk doorlezen in die vervolgpil kan ik nooit. Eerst even een jaartje pauze om alles te laten bezinken.

De theorie van het schrijven van dit soort boeken lijkt heel simpel. Je hebt vijf ingrediënten nodig: een wereld, een plot, personages, een verhaal en dialogen. Die wereld moet je schilderen. Het vormt het podium voor je personages. Die personages moeten natuurlijk wel iets beleven dat de lezer boeit. Dat is het centrale plot. Dat kan zoiets zijn als: een megalomane boef heeft hele snode plannen om de hele wereld in zijn macht te krijgen en dreigt daarin te slagen, maar een held die als bescheiden en onzeker personage begint, redt tegen alle verwachting in de wereld. Tussendoor wordt die held verliefd voor de nodige kwetsbaarheid. Een veel gebruikte formule die pas interessant wordt door de personages, de dialogen en het verhaal.

In mijn jeugd begon ik diverse keren vol goeie moed aan een boek. Ik kladde hele schriften vol met de meest waardeloze verhalen, vond ik zelf. Niks heb ik daarvan bewaard. Erg jammer eigenlijk. De wens om ooit een boek te schrijven is er nog steeds. Een jaar of wat geleden begon ik enthousiast aan een kinderboek. Na vier hoofdstukken was ik het al zat. Discipline is cruciaal natuurlijk, maar ook het hebben van een goed idee. Mijn kinderboek heeft nog geen duidelijk plot. Zonder plot heb je niets aan een held, want die had ik wel. Maar ik kan maar niets leuks verzinnen om die held voor in te zetten. Ik heb dus een troefkaart zonder spel.

Sinds kort heb ik een nieuw idee voor een boek. Het zoveelste idee eigenlijk. Ik ben eerst maar eens begonnen met het schrijven van de tekst die je op de achterkant van de kaft zou kunnen zetten. Het is een fantastisch plot in de lijn van die veelgebruikte formule die ik hierboven al beschreef: een briljante boef die naar werelddominantie hunkert en een held van het type antiheld om dat te voorkomen. Nu alleen nog personages verzinnen en een wereldje voor ze om in te leven en te acteren. Doe ik zo even. Eitje. Over 10 jaar is het klaar.

Powered by ScribeFire.

Uitrekenen of uitsloven?

In een vakblad voor IT-ers (ja, ik ben mij er eentje) lees ik vandaag dat het Rijk experimenteert met cloud.

Veel bla bla, maar de volgende delen vielen me op (ik citeer letterlijk):

In het bezuinigingsprogramma Compacte Rijksdienst dat Donner medio februari 2011 presenteerde stonden reeds de contouren geschetst van de gesloten rijkscloud. Daarbij is aangekondigd dat bij de rijksoverheid het aantal rekencentra de komende jaren wordt teruggebracht van 64 naar vier à vijf.

Dus een groot aantal rijksrekencentra moet geloven aan de rijkskaasschaaf. Maar de klapper is voor mij het volgende:

Minister Donner verklaarde overigens begin maart in een algemeen overleg van de Kamercommissie BZK dat hij niet gecharmeerd was van de Engelse term cloud computing. Hij hoopt op een goed Nederlands alternatief en kwam zelf met het alternatief ‘wolkenrijden’.

Voor niet IT-ingewijden: Cloud computing kun je zien als een vorm van uitbesteding. In plaats dat je je data, applicaties en diensten door interne beheerde servers (eigen sloven) laat “serveren” aan je medewerkers, laat je het serveren door extern beheerde servers (sloven van iemand anders). Het gereken van de rijksrekencentra wordt uitbesteed, binnenrekenen wordt uitrekenen. Daar, uitrekenen, een veel beter alternatief voor wolkenrijden, zeg nou zelf.

De voorgaande allinea plaatste ik ook als reactie onder het bewuste artikel, maar toen ik het had geplaatst zag ik nóg een alternatief voor het door minister Donner bedachte “wolkenrijden”, namelijk uitsloven. Geachte heer Donner, kiest u zelf maar: uitrekenen of uitsloven?

TammoTammo

Het lijkt me erg grappig om een echte Grunninger in mijn TomTom te hebben, zo’n echte Tammo met zo’n lekker dik Gronings accent.

Ondanks mijn Groninger afkomst en genen, spreek ik nauwelijks Gronings, maar dit is wat ik mij er dan ongeveer bij voorstel:

ABN: Deze weg 34 kilometer volgen
Tammo: faar’ndartig kilometer aaalsmoar rechtdeur jaa

ABN: Op de rotonde de 1e afslag nemen en de N350 blijven volgen
Tammo: Bie de rotonde geliek derof en bliefst gewoon op de N-dreihondertfieftug

ABN: U bevind zich op een doodlopende weg. Keren alstublieft.
Tammo: Tjongjongejongejongejonge dat loopt hier ja hardstikke dood! Kest ee’m keer’n?

ABN: Let op (wat mijn tomtom zegt als ik boven de max. toegestane snelheid rijd)
Tammo: Hee! Kiek uut!

ABN: U heeft uw bestemming bereikt
Tammo: Kloar, uutstap’n!

Misschien bestaat zoiets al lang, ik heb het niet uitgezocht. Misschien is’t wel een gat in de Grote Markt.

De oplossing voor bumperkleven: de scrotumklem

Het zijn opvallend vaak bestuurders van zwarte auto’s van een Duits merk die het doen: bumperkleven. Bijna zonder uitzondering zijn dit mannetjes. Stropdasje, overhemd en colbertje aan de kleerhanger achter hun stoel. Bestuurders van bestelbusjes kunnen er trouwens ook wat van.

Bumperkleven is ronduit hufterig! Je schiet er helemaal niks mee op en brengt jezelf (maar dat boeit mij dan weer het minst) en vooral andere weggebruikers nodeloos in gevaar. Niets is zo irritant als een bumperklever dat zenuwachtig heen een weer schiet om je duidelijk te maken dat je aan de kant mot. Ik heb dan de neiging om mijn inhaalactie op tergend lagere snelheid te doen, maar dan draag ik alleen maar aan het risico van ongeval bij. Dus ik ga netjes, vlot aan de kant en vloek en scheld dan maar eens flink.

Momenteel kunnen alleen video-surveillancewagens van de politie dit soort huftertjes af en toe eens pakken. Als ze ze in het TV-programma “Blik op de weg” pakken zit ik breeduit vals te lachen: “hehehehehehe!!”. Er is momenteel nog geen automatische detectie van bumperkleven mogelijk door middel van video-bewaking. Dus de pakkans is veel te laag. Ze zouden eigenlijk een flink aantal burger-auto’s aan de achterkant van een camera moeten voorzien dat automatisch een kiekje schiet als er duidelijk sprake is van bumperkleven. De boete (145 tot 400 euro) komt dan automatisch in de brievenbus van de boosdoener terecht. Je begrijpt het al, ik zou me vrijwillig aanmelden voor zo’n camera. Zo’n valse hufter ben ik dan weer.

De veelplegers malen echter niet om die geldboetes. Die declareren ze gewoon. Om dit probleem echt grondig aan te pakken is een radicale benadering nodig. Het gaat om de volgende briljante uitvinding (zeg ik in alle bescheidenheid): de scrotumklem. Dit werkt als volgt. Het is een klein apparaatje dat in de mannenslip past en om de scrotum moet worden bevestigd. De auto dient te worden uitgerust met een eenvoudige radar aan de voorzijde voor het bepalen van de afstand tot achterbumbers van andere auto’s. Deze radar staat in verbinding met een klein kastje dat het brein van mijn uitvinding bevat. Het kastje berekent vliegensvlug of en hoe stevig de scrotumklem dient te worden aangespannen. Het gebruikt voor de berekening van de uit te oefenen pijniging de huidige snelheid van de auto, de afstand tot de voorliggende auto en de hoeveelheid tijd waarin de afstand tot de voorligger korter is dan het zou moeten zijn. Als je netjes rijdt, voel je niks van de scrotumklem. Eenvoudig, toch? De patentaanvraag loopt al.

Dit apparaat en de bijbehorende uitrusting van de auto dienen verplicht te worden voor alle Nederlandse, mannelijke autobestuurders (later heel Europa). De auto zal niet gestart kunnen worden als de scrotumklem niet goed is aangebracht. Daarom moet het apparaat ook in staat zijn om te herkennen of het om de balzak van de bestuurder zit. Dat kan middels een kleine microchip welke in de balzak wordt gespoten via een naald (voel je niks van). Vergelijkbaar met de wijze waarop de OV-chipkaart communiceert met de in- en uitcheckpaaltjes communiceert de scrotumklem met deze persoonlijke scrotumchip. Sterker nog, de technologie is volledig compatibel waardoor je scrotum dan tevens OV-chipkaart wordt. Even met je kruis langs het paaltje om in te checken…

Zo wordt extreem bumperkleven alleen nog iets voor extreme masochisten. Vrouwelijke bumperklevers zie je zelden, dus vandaar dat deze uitvinding zich geheel richt op het mannelijke geslacht. Wat je wel zou kunnen verwachten is dat bestuurders het omgekeerde gedrag zullen gaan vertonen: op de snelweg heel kort inhalen en tergend langzaam de afstand tot de ingehaalde zwarte zakenauto vergroten. Dit lijkt mij een kunstje dat bij uitstek door vrouwen zal worden geflikt. Maar daar vind ik dan ook wel weer een fijn apparaatje voor uit.

Powered by ScribeFire.