verhaal

Het Spook van Michael Jackson

De gestorven King of Pop vindt zichzelf een heel bijzondere geest en is erg gefrustreerd dat tot nog toe niemand hem kon zien of horen. Hij had eigenlijk verwacht dat al zijn fans in principe een medium voor zijn geest zouden zijn. Niet dus. Niet één van zijn fans. Gedesillusioneerd waart het spook van Michael Jackson rusteloos rond op zijn Ranch Neverland. Althans, dat probeert hij. Maar hij merkt dat het hem veel moeite koste om op zijn geliefde landgoed te blijven. Hij drijft voortdurend af. Steeds in dezelfde richting: Oostwaarts.

Uiteindelijk geeft Michael het op en laat zich op een dag gelaten afdrijven. Dagen en nachten drijft hij langzaam maar gestaag naar het Oosten. Op moonwalk-snelheid, vindt Michael zelf. Hij drijft over woestijnen, bergen en meren. Een eindeloze tijd drijft hij over de oceaan. Hij drijft ironisch genoeg ook dwars door de Big Ben, maar deze blijkt niet zijn ultieme bestemming. Steeds verder Oostwaarts drijft Michael, tot hij eindelijk tot stilstand komt in een doodgewoon rijtjeshuis in Groenlo.

“Dat is toch ook raar”, denkt Ben als hij de schimmige gedaante in zijn huiskamer ziet staan, “dat lijkt wel…nee, dat kan niet, die is toch dood?…”. Ben gaat rechterop zitten en tuurt naar de verschijning. Het spook lijkt terug te turen en gilt dan ineens: “Hiiiihiiii!”, doet wat rare danspasjes, grijpt zich in zijn kruis en roept “Auw!”. Ben kijkt naar zijn bierflesje en controleert het alcoholpercentage. Hoe kan hij nu al zó dronken zijn?

Ben accepteert voor het gemak maar even dat hij blijkbaar een spook ziet. Wat hij moeilijker te verkroppen vindt, is het feit dat Michael Jackson uitgerekend bij hem komt spoken. “You are dead hè?”, vraagt Ben voorzichtig. Het spook van Michael Jackson kijkt hem meewarig aan en moonwalkt demonstratief even door een muur en weer terug . Ben wil eigenlijk helemaal niets met dit spook te maken hebben, dus hij roept: “Leave me Alone! Beat it!”. Maar dit heeft een averechts effect. “You know my songs!”, roept Michael ecstatisch en begint weer te dansen.

Michael kijkt eens wat beter om zich heen en er vallen hem enkele attributen op. Aan de muur hangt een bloedrode sjaal met “FC Twente” erop. Daaronder hangt een poster van, zo te zien, een voetbalteam waarvan de leden shirts van diezelfde bloedrode kleur dragen. In de hoek van de kamer staat een gitzwarte, elektrische gitaar met, in goudkleurige verf, een doodskop erop. “You play guitar!”, roept Michael verheugd, “Play something for me please”. Ben’s mond valt open van verbazing. De King of Pop is hier komen spoken om hém te horen spelen?

Michael klapt bemoedigend in zijn schimmige handen als Ben de versterker aan zet en de gitaar oppakt. Ben draait aan wat knoppen en zet de vingers van zijn linker hand op de snaren. Dan zet hij zijn benen een heel end uit elkaar en begint te spelen. Rauwe klanken vullen de kleine, muffe huiskamer. Michael vertrekt zijn gezicht. Hij vindt het afschuwelijk. Maar Ben gaat helemaal op in zijn spel en zwiept zijn lange haren wild heen en weer. Plotseling begint Ben als een bezetene te krijsen,  te grommen en te grauwen.

“HIIIIIIIIIIIIIIIIIIII!! HOEOEOEOEOEHOEHOE!”, gilt het spook van Michael Jackson. Hij is van schrik, voor zover mogelijk, nóg witter geworden. Ben heeft het niet in de gaten en gaat “vrolijk” door met zijn door merg en been gaande grafherrie. En dan ziet Michael wat er op Ben’s vale, zwarte shirt staat afgebeeld: een helse rat met lange haren, op een duivelse motorfiets dat brandende sporen achterlaat op het asfalt. Eronder staat in Bloedrode, druipende letters “Ben Rattink”. Ben houdt ineens op met spelen, alsof hij door heeft dat zijn muziek niet bepaald in de smaak is gevallen bij zijn onwaarschijnlijke toehoorder.

Michael kijkt hem diep bedroeft aan en begint nu, heel zacht, zelf te zingen:

Ben, the two of us need look no more.
We both found what we were looking for….

Michael begint er steeds jonger uit te zien. Hij ziet er weer net zo uit als toen hij 14 jaar oud was als hij de laatste zinnen van het lied zingt:

Ben, most people would turn you away
I don’t listen to a word they say
They don’t see you as I do
I wish they would try to
I’m sure they’d think again
If they had a friend like Ben

Like Ben…
Als het Spook van Michael Jackson deze laatste twee woorden zingt, glimlacht hij en verdwijnt.

De Agritect

Harm parkeerde de trekker achter de schuur. Er was vannacht een boom omgewaaid en deels op het dak van de melkerij gevallen. Hij had de boom even weggesleept. Alleen het dak was beschadigd, de melkmachine gelukkig niet. De machine draaide de laatste jaren dan wel op een heel laag pitje, maar missen kon hij het ding nog niet. Hij had nog 30 koeien in het bedrijf. Te veel om met de hand te melken. Te weinig om aan te verdienen. Verder had Harm een stuk of wat varkens, wat schapen, twee ouwe knollen en rond het hele erf scharrelden kippen. Harm had niet veel land en hij verbouwde vooral mais en aardappelen. Zijn bedrijf kwam nauwelijks rond en Harm moest moderniseren, dat wist hij.

Op de deel deed Harm zijn klompen uit en ging het huis binnen. Greetje had al koffie gezet. Dankbaar schonk hij een bak vol. Op tafel lag de krant van vandaag. Greetje had een grote cirkel gezet om een artikeltje op de voorpagina. Ze had er zelfs een uitroepteken achter gezet. Het artikel kondigde aan dat morgen de grootste landbouwbeurs van Nederland weer plaats zou vinden. Greetje vond blijkbaar dat Harm daar maar eens heen moest. Toen hij de koffie op had ging hij zijn goeie broek en hemd luchten en zijn goeie schoenen poetsen.

Op de beurs werd Harm een ander mens. Het was alsof hij al die jaren onder een steen had geleefd. Harm had alles wat hij zag opgezogen als een droge spons. En aan het eind van de dag had hij een glasheldere visie. Hij moest alles anders doen. Met een suizende kop en een tas vol folders en gratis pennen toog Harm weer huiswaarts. Greetje zag de verandering gelijk. Harm keek mijlenver vooruit, vastberaden. Hij zag Greetje dan ook niet. Haastig sprong ze opzij.

Harm sloot zich drie dagen op in zijn werkkamer. Hij moest de hele tijd wel aan het telefoneren zijn geweest, want Greetje hoorde hem veel praten. Op een dag stopte er een bestelwagen van de DHL. Harm kwam opgetogen uit zijn kamer gestoven om de spullen in ontvangst te nemen. Na vier keer lopen met de steekwagen had Harm alle spullen in zijn kamer. Hoe dat daar allemaal in paste begreep Greetje niet. En wat hij met al die spullen moest, begreep ze nog veel minder. Toch hield ze zich wijselijk op de achtergrond. Er ging iets veranderen, en dat was goed.

De volgende ochtend ontbeten ze zoals altijd zwijgend. Sinds hun ja-woord 8 jaar geleden hadden ze hooguit een handvol woorden met elkaar gewisseld. Na het ontbijt trok Harm zijn jas aan en ging naar buiten. “Greet, ik ben even naar de kapper!”, riep Harm en sprong op zijn trekker. Achter de trekker hing een kar vol met ouwe troep uit Harm’s kamer. Greetje krabbelde zich achter haar oren, en keek hem hoofdschuddend na.

Toen Greetje naar binnen ging, zag ze dat de deur van Harm’s kamer nog open stond. Het enige dat ze nog herkende was het oude bureau. Daarop stond een groot beeldscherm en verder lag het vol met folders. In de hoek waar eerst een boekenkast stond, stond nu een enorm apparaat te zoemen. En aan de grote muur tegenover zijn bureau had Harm een groot wit bord opgehangen waarop hij verwoed allerlei lijnen en figuren had getekend met viltstift.

Harm kwam pas laat in de ochtend weer terug in een spiksplinternieuwe auto die geruisloos het erf op reed. Greetje herkende hem eerst niet eens toen hij uitstapte. Hij had een blits kapsel en droeg een nieuw maatpak met overhemd en stropdas. Aan zijn voeten twee glimmende Italiaanse schoenen. “Hai Gree”, zei hij. Hij spreidde zijn armen en draaide langzaam rond. “En?”, vroeg hij toen. “Ja, heel anders hè”, antwoordde hij zelf. “Kiek, ik heb zelfs een visitekaartje”. Greet nam het verbijsterd aan. Het zag er heel modern uit. Dit stond er op het kaartje: