grammatica

Tussen de middag

Een middag bestaat blijkbaar uit twee helften. Je kunt er namelijk iets tussen doen. Een boterham bijvoorbeeld. Ja, eigenlijk bedoelen we met “tussen de middag” een periode tussen de ochtend en de middag. In Nederland begint de ochtend ergens tussen half 6 of  6 uur, en eindigt om 12 uur.  Daarna begint in Nederland (en ook Vlaanderen) de middag, welke doorloopt tot circa 18 uur. In Vlaanderen duurt de ochtend daarentegen maar een half uurtje: van  9 uur tot half 10. Gelukkig hebben ze in Vlaanderen ook nog een voormiddag (van half 10 tot 12 uur).

Wij Nederlanders hebben tussen de ochtend en de middag dus officieel geen periode. Immers, de ochtend en de middag sluiten naadloos op elkaar aan. En tóch hebben wij een tussen de middag die geen tussen de middag is. Tussen de middag bestaat eigenlijk niet. Eigenlijk is het een “tussen de ochtend en de middag”. De lengte van die periode is nergens opgeschreven, maar het is in ieder geval lang genoeg om een boterhammetje in weg te kanen, of een appeltje weg te knagen.

Taalkundig gezien is “tussen de middag” natuurlijk sowieso een gedrocht. Net als “tussen de deur” overigens. Het woordje “tussen” heeft altijd tenminste twee meewerkende voorwerpen nodig. En tussen die delen dient ruimte te zitten zodat het onderwerp er tussen kan. De grammatica is er glashelder over. Maar in de volksmond is al die grammatica maar onhandig, dus lopen we de kantjes eraf. ’t Is een rommeltje. Wedden dat ze in Duitsland geen “zwischen dem Mittag” hebben? Ook “between the afternoon” is utter nonsense. I rest my case.

Het punt van de punt

Dit is een zin. Dit niet. De grammatica heeft daar, taaltechnisch, een punt. Persoonlijk vind ik zin 2 best zinnig in zijn context, maar technisch is het inderdaad geen zin. En dat is ook precies het punt van dit verhaal. Een ónzijdig punt dus. Punten kunnen ook zijdig zijn. Denk aan de punt van je neus, of van je schoen of van het leesteken: “punt”.

Het punt van het leesteken de punt is dat het een zin termineert. De komma last slechts een pauze in, zie daar, waarna de zin verder gaat. Het punt is dat een zin die eindigt met een komma niet af is. Een punt maakt de zin af. Zinnen kunnen, net als i’s, niet zonder punt. Wel zonder komma. Weer geen zin dat laatste. Eigenlijk was het een voortzetting van de zin daar voor. Die zin eindigde in een premature punt. De grammatica gebiedt mij die punt te vervangen door een komma, maar dat staat me tegen. 

Mijn punt is dat ik de pauze waarin de komma voorziet, gewoon te kort vind. Een komma kan het momentum van een zin niet breken, zodat deze door kan rollen. Tot het einde. Daar heb ik dus moeite mee. Ik wil eigenlijk een zwaardere komma die de zin even helemaal lam legt. Zodat het weer helemaal opnieuw op gang moet komen.

De puntkomma kan dat op zich wel; maar van de grammatica mag ik na de puntkomma, strikt genomen, geen hoofdletter gebruiken; tenzij het een eigen naam betreft. Een puntkomma laat de zin nog steeds haar verband behouden, hoe lelijk het er ook uit ziet. Ik wil zinnen helemaal uit hun verband kunnen trekken. Dus gebruik ik lekker de punt. Punt uit en daarmee basta!