Kinderen

Gewoon alles in de cloud

Wacht, ik moet ff dit docje naar mijn box-account uploaden. Dan staat ‘ie mooi in de cloud. Da’s heel handig, want dan kan ik er overal bij. Moet jij ook doen joh. Kan gewoon met je smartphone. En dan kan je er met je tablet ook bij. Sterker nog, ik sync automatisch alle foto’s die ik met mijn telefoon maak, met de cloud. En die foto’s share ik dan vanaf de cloud met mijn vrouw die haar foto’s daar ook synct. Echt simpel. Ja, en we whatsappen dus ook. Dat is eigenlijk een soort SMS-en in de cloud.

Wij doen eigenlijk alles in de cloud tegenwoordig. De kids krijgen les in de cloud en zetten dus ook spiekbriefjes in de cloud. Wat ik dan dus automatisch zie, want ik volg mijn kids ook in de cloud. Hahaha, ik zie ze vaker in de cloud dan in real life. Laatst ving ik, terwijl ik een stuk stoofvlees in blokjes aan het hakken was, een tweetje van mijn dochter, alias bakvisje27, op met de tekst:

“wie is die man die zondag’s het vlees staat te hacken… :-p #pa #kannietkoken”

Ha ha, daar had ze me mooi tuk. Daar hou ik wel van, dus ik tweette terug: “@bakvisje27 LOL!” Ja, we dollen dus ook in de cloud.

En als ik je een gouden tip mag geven: kibbelen moet je ook in de cloud doen. Het gaat meestal toch eigenlijk helemaal nergens over, dus kun je het gerust in de cloud zetten. Obama mag het van mij allemaal best lezen. En het allerhandigste is nog wel dat ik ons gebakkelij altijd kan terug-googlen om te bewijzen dat ik echt gelijk had (of niet natuurlijk). Geldingsdrang via de cloud. Ideaal.

Nee hoor, deze jongen doet niks meer op papier. De volgende generatie zou eigenlijk al niet eens meer hoeven leren schrijven, je weet wel met pen op papier. Dat heeft toch geen enkel nut meer, want tegenwoordig swype je al je teksten digitaal, zo de cloud in. Da’s dan de normaalste zaak van de wereld. Gewoon alles in de cloud dus. 

Glinsteroogjes

Vanmiddag moest ik ineens aan mijn opa denken. Hij had ze. Glinsteroogjes. Die had hij als hij de kunsten van zijn kleinkinderen zag. Hij was ons mooiste publiek en kwam naar al onze optredens. Zijn oogjes glinsterden van trots. Altijd. Het maakte niet uit hoe vals je op je blokfluit floot. Het maakte niet uit hoe slecht je binnen de lijntjes kleurde. Het maakte niet uit of je je tekst een beetje vergat. Met zijn glinsteroogjes zag hij alleen maar goeie rapportcijfers. Hij zag je kwaliteiten door alles heen stralen. Volkomen subjectief.

 

Ik herinner me dat ik ooit eens, op een een jubileumfeest van mijn opa en oma, mijn stijldanspasjes aan hem liet zien, samen met mijn nicht. We quickstepten in basispasjes 1-2-3 over de vloer. Maar mijn opa keek naar ons alsof we zweefden. Zijn oogjes stroomden over van de glinstering. Het biggelde over zijn rode wangen.

 

Vandaag langs de kant van het voetbalveld kreeg ik ze zelf ook. Glinsteroogjes. Al zaten ze achter een alle emoties verhullende polaroid. Ik voelde ze glinsteren toen mijn zoon de bal geweldig behendigd langs alle tegenstandertjes speelde en de spits een fenomenale voorzet gaf. Zijn vreugdedansje na de goal zag ik in slow motion voor me draaien. Snel wreef ik mijn wang droog.

 

Later die middag gebeurde het weer. Mijn dochter deed mee met kratstapelen. In een tuigje aan een veiligheidslijn stapelde mijn kleine heldin met een geconcentreerde blik wel 9 kratten op elkaar. Heel kalmpjes, zonder te vallen. Ze keek steeds of papa wel keek hoe goed ze was. Ik kon wel glinsteren van trots, maar ik had mijn polaroid niet op.

 

Even later kon ze de bel boven haar roodgehelmde hoofdje luiden. Ze klom zelfs helemaal bovenop het allerbovenste kratje en sprong er toen stoer van af. Zacht schommelend aan het touw zakte ze sierlijk naar de aarde, als een bloempje op wind. Toen ze van het touw was los gehaakt rende ze met dikke tranen op me af. Alle spanning vloeide er in één stortvloed uit. Ik gaf haar een dikke knuffel en zoende haar natte wangetjes. Zo kwam het dat mijn eigen wangen ook nat werden natuurlijk. Dat snap je.

Schapenbloemen

We zijn op weg terug naar huis na een te kort weekje camperen in het bos en rijden langs een weide die geel ziet van de paardenbloemen. Het is een schitterend gezicht. Ik wijs ernaar en zeg tegen ons kleuterjochie: “Kijk eens, heeeeel veel paardenbloemen in de wei! Zometeen komen de paardjes om ze op te eten”. Het ventje, dat naast me zit, kijkt maar buiten en speurt naar paardjes. “Waar zijn de paardjes nu dan, papa?”, vraagt hij dan. Ik antwoord: “Ik weet het niet. Misschien zijn ze ook wel op vakantie”.

Daar neemt mijn ventje blijkbaar genoegen mee, want hij geeft geen commentaar. Maar even later rijden we langs de ijsbaan. Nu is het gewoon een groen, weitje met alleen maar gras. Er loopt een handvol schapen op. “Kijk papa!”, roept ‘ie dan ineens, “de schaapjes hebben de schapenbloemen allemaal al opgegeten!”. Die ijzeren logica heeft ‘ie natuurlijk van zijn vader, dat is duidelijk.

Zondags verslag

Zondag 14 april 2013

 

Pas om 8 uur wakker. Rond kwart voor negen hijs ik me uit bed om te douchen. Luiheid. Een half uurtje later zit ik met de kinderen te ontbijten. Ootjes (van die crispy ringetjes waar de kinderen erg dol op zijn) en bruine boterhammen met zoet. Ik maak een halve kan koffie en drink een eerste sloot bij de ontbijtkoek waar een dikke laag roomboter op gaat.

 

Al tijdens het ontbijt komt de doos met knutselpapier op tafel. De jongens vouwen vliegtuigjes die er prachtig uitzien, maar slecht vliegen. Ik zie “mijn stuntvliegtuig” heel slordig gevouwen worden en doe hem nog maar eens voor. Ik zeg: “Neem er de tijd voor, wees zorgvuldig, hoekjes op elkaar, maak scherpe vouwen. Doe het met aandacht”, maar mijn zoon is al weer weggevlogen.

 

Na het ontbijt bekommer ik me om de mount everest van te vouwen wasgoed. Dochterlief komt gezellig meevouwen. Ik leer haar hoe ze netjes vouwt en hoor mezelf al weer zeggen: “vouwen moet je met aandacht doen, dan wordt het netjes”.

 

De tweede sloot koffie slurp ik leeg terwijl ik lui op de bank zit met mijn gadget op schoot. Ik lees er maar een boek op. Raymond Feist. Niemandallige fantasie, heerlijk ontspannend. Dan belt moeders. Ze zag dat ik haar gisteravond had proberen te bereiken. Ik wilde alleen maar weten hoe het met haar ging. We praten over vervelende toestanden, maar er is hoop.

 

Ik heb helemaal geen plannen vandaag. Ja, alleen vage. Er moet nog geklust worden op zolder en daar besteed ik dan ook het grootste deel van de dag aan. Iets met latex. Ik wil het woord “wit” voorlopig even niet meer horen.

 

Als de dag goed en wel om is, kom ik ook eens naar buiten. De hele buurt is lekker aan het genieten van het warme weer dat er eindelijk is. Ik kom de kinderen halen omdat het bijna etenstijd is. Binnen warm ik de kippensoep van X weken geleden op en doe de bakbroodjes (met kaas en ui) in de oven. En er zijn kaasstengeltjes om in de soep te dippen! Ik geniet van dit eenvoudige maal.

 

Als het hele gezin al weer in het nest gekropen is (behalve ik) kijk ik naar de gemiste uitzending van College Tour met Nigella Lawson. Wat een heerlijk mens. Ze zegt op gegeven moment: “When I have to plan, I get very jumpy and do the first thing that comes to mind”, en ik denk: “zie je wel, je kunt best succesvol worden als je een hekel hebt aan plannen”. Maar even later besef ik me hoe dom die gedachte was. Ik verwarde geluk met succes. Aan het eind geeft Nigella de studenten het volgende advies: “always be honest with yourself and don’t be too frightened of fear”. Ik neem dat op mijn middelbare leeftijd ook maar ter harte.

 

Welterusten. O, en kan iemand me het recept van Nigella’s “olive oil chocolate cake” sturen. Die moet ik eens maken voor mijn schoonmoeder.

 

Bloempotmomenten

Nu is mijn tienertje (de enige op dit moment) nog meegaand genoeg dat je hem met een tondeuse te lijf kunt gaan om zijn koppie te fatsoeneren. Ik kon het gisteren niet meer aan zien. Hij is niet behept met zijn vader’s fiere, krullende manen, dus het hing hem voor zijn ogen en over zijn oren. Hierdoor wekte hij de indruk dat hij sterk verminderd zicht en gehoor had. Maar dat kon ook wel eens van Oost-Indische natuur zijn natuurlijk.

Dus ik riep hem maar eens bij me. De tondeuse en de bloempot stonden al klaar op de keukentafel. Gedwee kwam mijn vent eraan gesloft en liet zich installeren op zijn triptrap. Keepje om. Bloempot op zijn kop en scheren maar. Ach nou ja, dat van die bloempot is natuurlijk kolder, want dat is helemaal niet nodig met de tondeuse en opzetstukje 12mm.

Als mijn ventje kon spinnen, dan had ‘ie het gedaan. Hij zat heerlijk te genieten van het gefrummel aan zijn hoofd. Heerlijk toch? Ik vond het zelf ook best lekker. De plukken haar dwarrelden om ons heen en het joch begon er steeds knapper uit te zien. Tot hij weer zo’n lekker zacht kriebelnekkie had waar ik nou niet meer af kan blijven. Vindt ‘ie heel erg hoor dat papa hem steeds over zijn stoere bolletje wil kroelen, de knuffeldoos.

Ja, die bloempotmomenten hou ik erin!

Het kaartenhuis

Ons kaartenhuis schudt op haar grondvesten
terwijl de koude wind erom heen giert,
trekkend aan de zwakste kaartjes.
Ze beven en steunen, klagen en kreunen.
Het kaartenhuis staat bijna op instorten.
Maar ach, als het onvermijdelijke dan gebeurt,
vegen we de kaarten allemaal bijelkaar,
wrijven ze weer warm tot ze blozen.
Dan bouwen we het kaartenhuis weer liefdevol op,
geroutineerd, kaartje voor kaartje,
zodat het de maatschappij weer even kan dragen.

Telepret

Kinderen kunnen soms geweldig uit de hoek komen. Laatst vroeg onze oudste zoon waarom een telefoon “telefoon” heet. Dus legde ik uit dat “tele” betekent dat iets op afstand (ver weg) is, en dat “foon” “geluid” betekent. Dus met een telefoon kun je geluid horen dat ver weg is.

In het hoofd van mijn zoon vielen blijkbaar diverse kwartjes, zag ik aan zijn oogjes, dus ik vroeg of hij nu zelf kon uitleggen waarom  televisie “televisie” heet. Hij hoefde niet lang na te denken en zei: “een televisie is een ding waarmee je iets kunt zien dat ver weg is”.

“Maar hoe zit dat dan met een telescoop?”, vroeg ik toen. Ja, dat was natuurlijk gewoon een hele grote verrekijker. En toen mijn zoon dat hardop zei, viel er weer een kwartje: ver (tele) kijken (scoop). 

“En weet je misschien nog een ander voorbeeld van een woord dat begint met tele?”, vroeg ik bemoedigend. Aan de pretlichtjes in zijn oogjes zag ik dat hij er nog wel eentje wist. “Jahaa, ik weet er nog wel eentje hoor Papa”, begon hij, en hield het een beetje spannend. Hier ging een heel goed voorbeeld komen. En toen kwam het: Teletubbie. Wat een boef is het ook.

Glunders voor nop!

Glunderen heeft te maken met nopjes, geloof ik. Als ik namelijk erg in mijn nopjes ergens over ben, dan ga ik helemaal vanzelf glunderen. Hoe dat glunderen dan gaat weet ik eigenlijk niet zo precies. Het gaat gewoon vanzelf. Zodra je in je nopjes bent. Volgens mij kun je het ook niet op commando. Alhoewel, als ik denk aan iets waarover ik erg in mijn nopjes was, dan komt de glunder toch best snel op mijn gezicht. Oogjes gaan glanzen, mondhoekjes worden van elastiek en trekken helemaal door naar de oren. 

In het woordenboek staat dat glunderen “opgewekt kijken” betekent. Maar glunderen is natuurlijk veel meer dan een opgewekte blik. Ik kan heel goed veinzen dat ik opgewekt kijk. Maar een glunder kun je niet veinzen. Glunders zijn altijd echt. Glunders komen van binnenuit. Ik denk dat je een glunder ook maar met heel veel moeite kunt onderdrukken. Ik kan het in ieder geval helemaal niet. Voor mij is dus geen pokercarrière weggelegd.

Ik vermoed eigenlijk dat de mensen met hele goeie poker faces gewoon veel te weinig in hun nopjes zijn. Ze walsen hun nopjes plat door hun trots en tevredenheid te onderdrukken en af te vlakken. Dat gaat deste makkelijker als je ooit eens in een soort nopjes-overdosis was. Na die overdosis valt alle geluk die je dan nog overkomt, in het niet. Je glunderweerstand is daardoor sterk vergroot, als het ware.

Je hebt ook mensen die totaal geen glunderweerstand hebben en zelfs doorslaan naar de andere kant. Die kunnen glunderen zonder in hun nopjes te hoeven zijn. Die lopen de hele dag gelukzalig voor zich uit te stralen. Die moeten eerst aan een moment denken dat ze ergens over in de put (een negatieve nop eigenlijk) zaten, om hun smoel glad te kunnen strijken.  

En dan nog dit bijzondere fenomeen: glunderen omdat je in de nopjes van iemand anders bent. Ouders en grootouders hebben daar bijvoorbeeld heel vaak last van als ze zien hoe trots hun (klein)kind is op een eigen prestatie. Die lekkere glunderkoppies die mijn kindertjes soms hebben om een eigen prestatie zijn gewoon ontzettend aanstekelijk. Dan glunder ik vanzelf mee, in hun kleine, o zo lieve nopjes. Gratis glunders, als het ware. Glunders voor nop! De allerlekkerste glunders zijn dat.

Superman geveld door groene kloddertjes-virus

Volgens mij ben ik een superheld geworden. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar ik overweeg serieus de aanschaf van zo’n strakke hansop waar je onderbroek dan overheen draagt. Met bijpassende wappercape.

Het zit zo: Mijn halve gezin, echtgenote incluis, ligt in de lappenmand te blaffen en te steunen. Ik vlieg (vuist naar voren, één knietje opgetrokken) af en aan met kopjes thee en kippensoep. Ik dep gloeiend hete voorhoofdjes met natte washandjes. Ik wring nat gezweette lakens uit. Tegelijkertijd doe ik boodschappen, vier ik het kampioenschap van het voetbalteam van mijn zoontje (die niet ziek is) en breng ik een beleefd bezoekje aan het 40-jarige jubieumfeest van de buren. En tussen de heldentoeren door stop ik ook even de halve inboedel in verhuisdozen, doe ik de was en kook ik het eten (waar vervolgens de helft van over blijft).

Ik moet onfaalbaar zijn voor mijn geliefde Metropolisje. Dus ik suis stoer rond het huis. Te snel voor het menselijk oog. Dan flits ik hier heen dan zoef ik daar heen. Maar het griepvirus dat ik zo dapper bestrijdt, vecht gemeen terug. Ook bij mij ontwikkelen zich de kryptonietgroene klodders. Te snel, te snel. Plotseling ben ik toch weer die sterfelijke sukkel met die bril. Mijn Lois wil ineens een tosti, maar haar held laat het afweten, of toch niet…

Pietenplaag

Een ware Pietenplaag teistert ons land. Ze zwermen over de daken. Zaaien onrust, jagen kinderhartjes op hol. Ze dringen huiskamers binnen via rookkanalen of desnoods de afzuigkap in de keuken. Vraag me niet hoe ze het doen.

En steeds vaker wachten ze niet eens meer tot iedereen slaapt. Recht onder mijn ogen haalde zo’n stuk Pietengespuis een gemene streek uit met de schoentjes die onze brave kindertjes hadden gezet. Ze hadden vanavond uit volle borst en nog vollere overtuiging wel 5 sinterklaasliedjes gezongen, de engeltjes. En dan komt zo’n duivelse Piet met z’n plagerige streken.

Mijn vrouw en ik konden slechts verstijfd van verbazing en angst toezien hoe Piet eerst argeloos de verlanglijstjes in de zak smeet, vervolgens de schoenen leeg terug zette bij de andere schoenen onder de kapstok en toen vier van hun andere schoenen vulde én verstopte. En als finishing touch, zette hij een schoen van mijzelf en van mijn vrouw op de plek waar de kindertjes hun schoentje hadden gezet en stopte er een lullig klein chocolaatje in. Stoute Piet!