Heel even bekroop me het gevoel dat ik op de goede weg was, maar het kroop snel terug in zijn hoekje
Algemeen
Chief Laundry Officer
Volgens mij hebben mijn vrouw en ik een nogal typische rolverdeling in het gezin. We zijn allebei carrièrebeesten, maar getemd door onze gezamenlijke verantwoordelijkheden in het gezin. Ons gezin is onze eigen fijne hoeksteen, dus daar waken wij zorgzaam over. Van die hoeksteen mag niets afbrokkelen, want anders komt de stevigheid van alles dat daar op leunt in gevaar.
Dus wij vormen gezamenlijk de directie van ons huishouden. Mijn vrouw is de CEO (chief executive officer), en dat is goed. Ze is ook de CFO (chief financial officer), want ze waakt ook over de huishoudportemonnee. En wat zijn dan mijn rollen? Wel, ik ben natuurlijk de CSO (chief security officer), want ik sluit ’s avonds de deuren en zorg dat de brandmelders regelmatig worden getest. In die rol maak ik ook stopcontacten en keukenkastjes veilig voor kleine handjes.
Verder ben ik natúúrlijk de CTO (chief technology officer) van het gezin. Voor geen klus draai ik mijn hand om (wel voor de planning ervan, maar dat is de taak van de CEO) en ik regel ook alle strategische aankopen van technische snufjes en tools en zo. Heel belangrijk hoor. En verder ben ik ook nog CLO. Dat laatste heeft dan weer iets te maken met de was…

Powered by ScribeFire.
Later ja
In de trein gaat iemands mobieltje af.
De stropdas tegenover me frummelt een oortje in zijn oor en neemt op…
Hallo?
Heeee Ernst.
Ja. klopt.
Klopt ja.
Ja.
Nee ik zit nog in de trein.
Nee, in de trein!
Ja.
Het gaat nog wel even duren.
Ja weet ik veel?
Amersfoort.
Ja
Ja
Nee dat schiet inderdaad niet op nee
Wat zeg je?
O.
Ja, dat lijkt me goed.
Morgen zelfde tijd?
Maar dan in Arnhem.
Ja geen probleem
Wie zeg je?
Nee die heeft nog niet gebeld
Die zal ook nog wel onderweg zijn dan.
Prutsrail inderdaad. Hahahaha!
O wacht, iemand belt me op m’n iPhone.
Heb je even?
Ja met Anton
Hai Pieter
We hadden het net over je man
Hoe kom jij nou aan mijn…
Ernst ja.
Ja.
Ja ik ben in gesprek ja.
Nee, ik haal het ook niet
Waar zit jij?
Almere?
Jezus.
Nee dat wordt ook niks.
Ja.
Hoorde je dat Ernst?
Almere ja.
Pieter? Ernst vraagt of je morgen zelfde tijd kan in Arnhem?
O ja. shit.
Ernst?
Pieter heeft morgen papadag.
Ja.
Okee.
Pieter?
Kun je niet ruilen met je vrouw ofzo?
Het is echt heel belangrijk.
O.
Ernst, Pieter zegt dat dat echt niet gaat lukken.
Nee.
Nee nee.
Ja.
Ja jezus, vechten jullie dat even onderling uit zeg.
Ik zit hier potdomme in de trein man.
Okee.
Ja.
Ernst later.
Pieter ben je er nog?
Ja Ernst gaat je zelf bellen.
Ja.
O ehm Pieter, hoe kom je eigenlijk aan mijn privénummer?
Oooo via Janet?
Hoe ken jij Janet dan?
Echt waar? Wat leuk!
Ja moeten we zeker eens doen. Lijkt me gezellig.
Okee.
Ja leg jij maar snel neer, je moet Ernst niet laten wachten.
Sterkte.
Pieter later. Haihai.

Powered by ScribeFire.
Hoi te kinderachtig?
Emailtjes die ik van mijn collega’s krijg beginnen steeds vaker met “Hi”. Geen voornaam te bekennen. Het blijft bij de aanhef van maar 2 letters. Vooral drukke baasjes hebben er een handje van. Het kost dan ook erg weinig moeite om “hi” te typen. Bovendien liggen de h en de i op je toetsenbord lekker dicht bij elkaar. De o zit overigens ook vlakbij, dus een “hoi” is ook snel getypt. Het is volgens mij dan ook niet helemaal een kwestie van efficiëntie. Nee, “hoi” is gewoon niet volwassen genoeg, niet zakelijk genoeg. Met “hi” maak je een statement. Met “hi” zeg je “ik ben snel en heb een heel volle agenda want ik ben erg belangrijk”.
Hi-starters gebruiken verder ook vaak hippe afkortingen zoals:
- ff (even),
- idd (inderdaad),
- mi (mijns inziens),
- imho (in my humble opinion, wat overigens meestal helemaal geen bescheiden mening is),
- ahv (aan de hand van),
- muv (met uitzondering van),
- zsm (zo spoedig mogelijk),
- asap (zo spoedig mogelijk maar dan nog spoediger als zsm),
- en iig (in ieder geval).
Bijvoorbeeld: Imho moet iig uitgezocht worden of dit idd het geval is. Asap!
Natuurlijk gebruik je geen puntjes in de afkortingen, want dat kost teveel tijd.
Een snelle e-mail sluit je natuurlijk af met een kort “mvg” of nog erger: “vrgr”. Niks vriendelijks meer aan eigenlijk. Schrijf dan “mag” (met afstandelijke groet). En achter de ongemeende groet zet je dan nog hooguit je initialen. De afzender is immers zo belangrijk en bekend dat initialen voldoende zijn.
mvg,
M.

Powered by ScribeFire.
vrij aardig
“Zo, het gaat hem al behoorlijk goed af!”, zegt de ene. “Jaaah…het gaat inderdaad vrij aardig ja”, zegt de ander. De eerste zou een trotse opa kunnen zijn, en de ander een schaatstrainer. Opa’s zien talent in ieder kleinkind. Dat is ook een heel belangrijke rol van een opa. En een trainer zou erop gericht moeten zijn het beste te willen halen uit zijn pupillen. Dus hij (of zij natuurlijk) is opbouwend kritisch: “het kan nog veel beter”.
In valse bescheidenheid gebruiken we “vrij aardig” ook vaak. Je hebt een perfect staaltje werk geleverd en je weet het. Je collega’s kijken met ontzag naar je. Jij loopt echter heel nonchalant naar de koffiekan, schenkt een bakkie in en zegt dan: “ik denk dat we zo een vrij aardige opzet hebben”.
Wat gek eigenlijk dat we “vrij” gebruiken om iets af te zwakken. Van Dale geeft voor “vrij” onder meer de betekenissen “tamelijk” en “nogal”. Maar “tamelijk aardig” en “nogal aardig” hebben duidelijk een andere betekenis dan “vrij aardig”. Het woord “aardig” is op zichzelf al een ingetogen beoordeling, een zeventje. Met “vrij” ervoor wordt het een zeven min. Gelukkig werkt het omgekeerd ook: “Het is hier vrij slecht weer, maar…”. Die “maar” werd uitgenodigd door “vrij”. Het weer is nog niet helemaal hopeloos. Zonder “vrij” komt er een “dus” in plaats van de “maar”. “…dus ik blijf lekker binnen”.
Overigens, “aardig” doet niet onder voor “vrij”. Je kunt ergens een aardige teringzooi van maken bijvoorbeeld. En schoonvaders willen hun schoonzonen nog wel eens op subtiele wijze duidelijk maken dat ze nog lang niet helemaal geaccepteerd zijn door te zeggen: “nou nou, je begint al aardig vrij te worden hier”. Dan weet de schoonzoon in kwestie dat hij over een zekere grens is gegaan. Tussen mij en mijn schoonpa zit het wel goed, geloof ik. We doen altijd vrij aardig naar elkaar.

Powered by ScribeFire.
In je tenen zit je ziel
Je ziel kun je niet aanraken, want het is immaterieel. René Descartes wist dit honderden jaren geleden al (1641). Nou, dat zullen we wel eens zien, René. Tuurlijk kun je je ziel wel aanraken. Maar waar zit je ziel eigenlijk? In je hart? Nee, want dan zou “met hart en ziel” een beetje dubbel zijn. In “dubbel” schuilt wel een mooie filosofische discussie over de ziel: Zijn ziel en lichaam één, of niet? Dualisten geloven van niet.
Maar goed, je hart als plek voor je ziel sluit ik dus uit. Waar zit je ziel dan wel? Daar heb ik even over nagedacht. Waar haal je je diepste uitingen vaak vandaan? Uit je tenen! Ik trok dus mijn schoenen en sokken uit en ging op de bank zitten. Ik pakte de tenen van mijn beide voeten vast. Met mijn ogen gesloten concentreerde ik me op mijn tenen. In het begin voelde ik gewoon mijn tenen. Omdat ze de hele dag in mijn schoenen en sokken opgesloten hadden gezeten, voelden ze warm en een beetje klammig aan. Maar na een paar minuten voelde ik een lichte tinteling in mijn vingertoppen! Maar na een tijdje kwam ik erachter dat dit kwam omdat mijn knieën in mijn bovenarmen duwden, waardoor er minder bloed in mijn vingers kon komen. Even anders zitten, maar hoe goed ik daarna ook voelde, ik voelde gewoon nog steeds niets dat ik anders niet voel als ik mijn tenen vastpak.
Misschien is dat eigenlijk wel een heel essentiële conclusie: ik voelde niets dat ik anders ook niet zou voelen. Je ziel voelt waarschijnlijk heel vertrouwd voor jezelf. Misschien zou je je ziel eigenlijk helemaal niet moeten voelen zolang er niets mis mee is. Je voelt je hoofd ook niet als hij niet zeer doet. Misschien moet mijn ziel dus eerst pijn doen voor ik het kan voelen. Ineens moet ik aan de uitdrukking “op je ziel getrapt worden” denken, en zie ik toch weer een verband met de tenen. Mensen met lange tenen worden namelijk sneller boos dan mensen met korte tenen, dat weet iedereen. Boosheid is een sterke emotie. Emotieloze mensen worden zielloos genoemd. Kortom: zonder ziel geen emoties. Omgekeerd geredeneerd: sterke emotie komt door sterke prikkeling van de ziel. Ik zit op een warm spoor met die tenen!
Ik ben er namelijk vrij zeker van dat iedereen emotioneel wordt wanneer hij of zij heel hard op zijn blote tenen wordt getrapt. Een gezond mens met intacte en goed werkende tenen zullen zeer zeker een emotie tonen dat ergens ligt tussen heel hard janken en hartgrondig vloeken. Ik moet mijn experiment dus aanpassen. Dus ik loop naar buiten, nog steeds op blote voeten, en pak een grote baksteen. Ik sluit weer mijn ogen en concentreer me op mijn ademhaling. Rustig tel ik tot 3 en laat de baksteen vallen. In het gras…naast mijn voeten. Op het allerlaatste moment bedacht ik me dat het resultaat van mijn experiment helemaal niet zou zijn waar ik op uit was. Ja, ik zou mijn tenen behoorlijk bezeren, schreeuwen van de pijn en hartgrondig vloeken. Mijn ziel zou zich voelbaar hebben laten gelden, maar had ik het dan ook kunnen vastpakken? Ik denk het niet.
Zo ben ik nog geen steek verder. Ergens in mijn lijf zit mijn ziel. Het laat zich vaak gelden, maar is ongrijpbaar. Op basis van logische deductie (Holmes zou tot dezelfde conclusie komen als ik) beweer ik dat je ziel in je tenen zit. Ik huiver. Brrrrr. Het is donker aan het worden. IJzige kilte kruipt langs mijn benen omhoog. Ik sta nog steeds met mijn blote voeten in het koude gras. Ik draai me snel om, om weer naar binnen te gaan, waar de kachel brandt. Twee seconden later loop ik hartgrondig te vloeken en te tieren. $%$*@#$@#%%*&$#@!!! Welke halfgare idioot heeft die baksteen op het gazon gelegd!? Arme ziel.

Powered by ScribeFire.
Geen kantlijnschreeuwer!
Vroeger op school, werd ik altijd als laatste gekozen als er bij de gymles de voetbalteams werden samengesteld. Het deed me niet zoveel, want het liefst deed ik niet mee. Van huis uit kreeg ik weinig voetbalgekte mee. Mijn vader stak zijn minachting voor voetbal niet onder stoelen of banken. Hij had sowieso weinig op met sport. Mijn moeder wel, maar voetbal was thuis een onderwerp waar een taboe op lag. Voetbal kijken op televisie kon alleen als er niets anders op was waar pa naar wilde kijken, of als hij niet thuis was. Maar desinteresse voor voetbal zit blijkbaar in de genen. Ik heb het gewoon van mijn pa geërfd.
Toch heb ik wel een jaartje op voetbal gezeten (toen ik een jaar of 9 was geloof ik). Mijn moeder hoopte dat ik het spel dan wat beter zou gaan snappen en het misschien zelfs leuk zou vinden. Nou niet dus. Ik ben in een wedstrijd met een andere club in de pauze naar huis gegaan zonder ook maar gedag te zeggen. In mijn beleving werd er vooral heel hard geschreeuwd vanaf de kantlijn of ik moest rennen en waar ik heen moest rennen. De trainer stond te tieren vanaf de kantlijn als je ook maar twee passen verkeerd zette. En zo werd het enige kiempje dat ik ooit voor voetbal ontwikkelde voor goed gesmoord.
Maar nu is er een nieuwe kiem. Een fiere en een trotse! Mijn bloedeigen zoontje (hij is 5 jaar) is he-le-maal gek van voetbal. Sinds kort zit hij op kaboutervoetbal en sta ik elke zaterdag op het voetbalveld. En hij kan het zo ontzettend goed. Hij rent alle andere kabourtertjes er met gemak uit en is verdomd handig met de bal. Niet gedacht dat het nog in me zat, maar ik sta dus met groot plezier langs de kantlijn aan te moedigen en te juichen bij de doelpunten die mijn kaboutertje maakt. Maar één ding neem ik me voor: ik wordt geen kantlijnschreeuwer. Je weet wel, zo’n pa die zijn zoon vanaf de kantlijn staat uit te kafferen dat ‘ie verkeerd staat. Maar ach, die vaders stáán daar tenminste wel.
Toch word ik geen kantlijnschreeuwer. Ik heb geen verstand van voetbal en ik ga dat ook nooit pretenderen. Mijn ventje weet straks alles van voetbal en wordt mijn eigen expert. Ik ga gewoon lekker van mijn kleine bink genieten zolang de pret duurt. En als dat betekent dat hij later als prof bij bijvoorbeeld FC Twente mag spelen, dan mis ik daar dus echt geen enkele wedstrijd meer van.

Powered by ScribeFire.
Tietcrisis
Laatst in Netwerk werd een documentaire getoond over borstvergroting en andere plastische ingrepen bij tienermeisjes. Er werd een Frans meisje van 16 gevolgd die met haar moeder naar de chirurg ging om haar nieuwe cupmaat uit te kiezen. De chirurg voerde een soort van toneelstukje op om er zeker van te zijn dat de operatie echt nodig was. Gehuichel van de bovenste plank natuurlijk. Tietcrisis bij pubers is big business! Deze zogeheten artsen hebben geen enkele scrupules en gaan volledig voorbij aan hun beroepsethiek.
Toen het Franse meisje werd gevraagd waarom ze zo graag een borstvergroting wilde, zei ze dat ze op het strand niet langs de mensen durfde te lopen. Typische tienerproblematiek natuurlijk. Ze vergelijken zich met hun leeftijdsgenoten en schamen zich voor afwijkingen van de norm. De moeder van het meisje stond nota bene volledig achter het besluit van haar minderjarige dochter. Ze onderschreef de emotionele stress die het meisje voelde. Ik zou mijn dochter eerst naar een eerstelijns psycholoog sturen. Pubers hebben namelijk nog niet de rationele capaciteit om over de gevolgen van een dergelijke ingreep na te denken.
In Frankrijk is borstvergroting voor tieners dus al normaal aan het worden. De documentaire liet verder zien dat er in Spanje openlijk en levensgroot reclame wordt gemaakt op rondrijdende bussen voor de klinieken waar je je tienerlijf kunt laten pimpen. En het meest verontrustende vind ik nog wel dat je in Spanje deze operaties op krediet kunt laten doen. Tieten op krediet. Ik vind dit heel zorgwekkend. Ik walg ervan dat de kwetsbaarheid van pubers zo openlijk wordt uitgebuit.

Powered by ScribeFire.
Ongehoorde straatmuziek
De straatmuzikant gaat bij de ingang van het station zitten. Hij legt een hoed op de grond en gaat op een klein krukje zitten. Dan pakt hij zijn gitaar. Nadat hij die wat heeft gestemd begint hij erop te spelen. Zijn lippen bewegen mee. Ik heb geen idee wat hij zingt, want ik versta hem niet. Mijn oren zitten verstopt met de witte oorplugjes van mijn iPod.
Ik ben niet de enige die zich auditief isoleert van de wereld. Uit vele oren, van jonge tot oude, hangen snoeren en menige kop zit vastgeklemd in een beugel met allesdempende schelpen op de oren. En dan heb ik het nog niet over die stropdasjes die luidruchtig voor zich lopen uit te babbelen in hun GSM-oortje. De straatmuzikant zit er voor spek en bonen.
Arme straatmuzikant. Hij zit er toch weer iedere dag. Ziet hij eigenlijk wel dat niemand naar hem luistert? Het is niet eens een kwestie van aktief genegeerd worden. Dat doe je als je iemand heel bewust niet horen wíl. De mensen zijn allemaal doof voor zijn muziek. De straatmuzikant kan het zich dus niet eens persoonlijk aantrekken. Hij krijgt namelijk noch kritiek noch waardering. Totale spek en bonen.
Ongehoord zinloze creativiteit. Mijn advies aan de straatmuzikant: mik op ons gezichtsvermogen en wordt mime speler of ga jongleren met kettingzagen ofzo.

Powered by ScribeFire.
De dikke rode knor is stuk
Wij hebben – net als die stripfamilie “Jan, Jans en de kinderen” – zo’n dikke rooie huiskater. Ook op hem is model “theemuts” van toepassing. Een lief, sullig beest dat zich gezapig laat meeslepen door de kinderen. En omdat we zo dol op hem zijn draagt hij naast zijn stoere katernaam “Ivar” ook de koosnaam “Dikke rode knor”. Het zal je gezegd worden! Zonder schaamte zeggen wij dit dagelijks minstens 100 keer tegen Ivar. Het dekt gewoon de lading.
Maar op het moment dat ik dit schrijf is de dikke rode knor dus stuk. Onze buurvrouw kwam het ons eergisteren vertellen: “jullie rode kat ligt bij ons onder de struiken. Het is niet goed met hem geloof ik”. Met een wit gezicht liep ik meteen met haar mee. Wij wonen in een rechthoek van brave twee-onder-één-kap-huizen. De brave tuintjes liggen aan de binnenkant van de rechthoek. Ideaal gebied voor katten dus. In de tuin van de buurvrouw aangekomen zie ik mijn kater meteen liggen. Hij mauwt klaaglijk en zijn pupillen zijn helemaal groot. Als ik dichterbij kom gaan zijn oren angstig naar achteren en kreupelt moeizaam naar achteren. Hij ontziet duidelijk zijn rechter-achterpoot.
De buurvrouw port hem voorzichtig met een schepnet naar me toe. Dat werkt en ik krijg hem in zijn nekvel te pakken. Ivar grauwt en gromt gevaarlijk naar me, maar ik trek hem toch voorzichtig naar me toe. Hij kronkelt wild om los te komen. Hij heeft duidelijk veel pijn. “Rustig maar jochie. Het is goed vent”, hoor ik mezelf zeggen. Het werkt blijkbaar, want ik kan hem nu onder zijn dikke buik pakken en optillen. Even later is hij veilig bij ons thuis. De kinderen huilen als ze hem zien strompelen. Zo zielig.
Natuurlijk bel ik gelijk de dierenarts. “Kies 1 voor spoedgevallen”, zegt de automatische telefoonstem. Dat doe ik natuurlijk. Ivar moet meteen komen. Geroutineerd (helaas hebben we de nodige ervaring met zieke katten) stoppen we de gewonde knor in de kattenkoffer. Mijn vrouw brengt hem weg en laat het troosten (en naar bed brengen) van de kinderen aan mij over.
De kattenkoffer komt leeg terug. Onze rode knor werd gelijk opgenomen. Ik had het ook niet anders verwacht. Uit de röntgenfoto’s bleek dat de poot inderdaad gebroken is. Een lelijke, meervoudige breuk. Het onderbeen is gedeeltelijk verbrijzeld op 2 plaatsen. Dit is vrijwel zeker door een aanrijding veroorzaakt. De dader is natuurlijk gewoon doorgereden. De buurvrouw had ook niks gezien en Ivar kan het ons ook niet vertellen. We zullen nooit weten wat er precies is gebeurd.
Gisteren is Ivar geopereerd. Hij kreeg een dikke stalen pen in zijn poot. Gisteravond mocht ik Ivar al weer ophalen. De blijdschap van het weerzien was duidelijk wederzijds. Nu ligt hij fijn thuis in een speciaal kattenhotel dat we hebben gemaakt voor hem. Een ruime kooi met mandje en kattebak. Hij moet namelijk 5 weken rust houden. Gelukkig is het een gezapige, luie huiskater. Hij vindt het allemaal wel best tot nu toe. Af en toe gaat hij even verliggen of moet hij op de kattebak. Dan gooit hij zijn lijf letterlijk door de kooi, want zijn ene poot doet niet mee. Dat ziet er wel zielig uit hoor.
Vanochtend wilde hij al weer eten en drinken. Dat is heel mooi. En als je hem aait, dan slaat die lekkere dikke knormotor gelijk aan. Die doet het gelukkig nog. We zijn allemaal erg opgelucht.

Powered by ScribeFire.