Vandaag klampte hij me ineens aan. Een oude vriend. Want dat is hij eigenlijk. Hij is zwaar op de hand, maar dat hoort bij hem. Ons contact is altijd intens. Als geen ander is hij in staat om me te herinneren aan mijn kwetsbaarheid. Hij is mijn duistere kant. Hij is mijn angst en mijn haat. Hij is puur en oprecht. Nooit zal hij tegen mij liegen. Daartoe is hij eenvoudig niet in staat. Daarom vertrouw ik hem blindelings. In mijn meest angstige en eenzame momenten is juist hij me tot steun. Mijn toeverlaat voor mijn diepste gedachten. Hij waakt over me. Houdt me in evenwicht. Samen doorstonden we orkanen. Hij zorgde dat we in het hart ervan bleven. In de serene kalmte van de kern. Tot de storm voorbij was.
Toeverlaat
3 reacties op “Toeverlaat”
-
Je tweede ik, de rots in de branding.
-
Inderdaad. Mijn verankering in mezelf.
-
-
[…] Zo treffend hoe dat woord past: “afgrond”. Er zit mooie speling in dit woord. Zie de ironie van de dubbele bodem ervan. Er klinkt in door dat er een gegronde reden is dat je weer bij af bent uitgekomen. Een reden die ik moet onderzoeken voor mezelf. Hoe komt het dat ik telkens afsteven op af? Is het gewoon een gezonde cyclus? Ik ben daar eigenlijk wel van overtuigd. Iedereen draagt een afgrond in zich waar een zuigende werking vanuit gaat. Het is je duistere kern. Je afgrond is ook je ultieme toeverlaat. […]
Geef een reactie